Living the dream Rotating Header Image

#14 Indonesië

Het was donker. Uurtje of 21:00. Een gevoel van drukte en chaos overheerste. Ik zag tientallen mensen in lichtblauwe blousejes versierd met bloemenprint op me af komen. “Taxi, taxi?” werd er ongeduldig gevraagd. Tegelijkertijd zag ik in me linkerooghoek een jonge gozer met blond haar, slepend met een surfboard, omsingeld worden door dezelfde soort mensen. Taxichauffeurs, die je met een absurd bedrag naar je bestemming probeerde te brengen. Ik werd bij mijn arm gegrepen. “Taxi sir?” werd er opnieuw gevraagd. “No thank you” antwoordde ik met een neppe toch wel beleefde glimlach. Ik keek weer naar links, door de drukte, echter geen spoor meer van deze surfdude. Shit, dacht ik. Een mooie gelegenheid om een taxi te delen en tegelijkertijd een deur naar het surfleven op Bali verdween uit het zicht voor ik er erg in had. Ik manoeuvreerde mijzelf een stuk uit de menigte, op zoek naar een ATM, die mij in de nodige lokale ruppies zou kunnen voorzien. Zo, genoeg geld voor de komende week. Nu een taxi induiken.

Ik bevond mij op het vliegveld van Bali, slechts 2,5 uur vliegen van het Australische Darwin. Het heeft ruim twee maanden geduurd voordat ik mij weer onder andere culturen bevond. Het was dan ook weer wennen. De hectiek, het afdingen op de, vooraf ingestelde, veels te hoge prijzen, de mensen die allemaal wat van je moeten. But, I like. Het lot bracht mij en de surfdude uiteindelijk toch samen, die ik na het opnemen van het geld weer tegenkwam. Ik liep op hem af, vroeg hem of hij een taxi wilde delen en kwam meteen met een naam van een goedkoop hostel in het bruisende stadje, Kuta. Het duurde zo’n tien minuten voordat we in een onwijs drukke straat werden afgezet. Bij het uitstappen van de taxi kwam er meteen een andere jongen met een backpack op ons afgelopen. “Hi guys, do you know a cheap place to stay?” vroeg een Canadees met een fors postuur. Het gezelschap voor de komende dagen was gecreëerd. Niet veel later deelden we een kamer met ze drieën en dronken we wat drankjes in het uitgaansleven van Bali, Kuta. Hier vind je een waar gekkenhuis met tientallen barretjes en discotheken naast elkaar. Gevuld met veelal Australiërs die hier heel goedkoop hun vakantie komen vieren. Want dat kan je hier.

Voor een lange tijd reisde ik in dure landen. Het meerdaags koken van goedkope pasta’s en eten van brood met pindakaas en afstruinen op het internet naar goedkope verblijfaccommodaties hoort bij het leven van een wereldreiziger. Vleeswaren, groentes, fruit en natuurlijk alcohol waren extreem duur. Voeding was dan niet altijd even gezond. En het drinken van een drankje was dubbel zo lekker. Ik leefde niet in armoede maar het waren momenten dat ik afwegingen moest maken tussen bepaalde producten. Waarbij ik het ene moest laten liggen. Natuurlijk deed dit mijn mate van geluk en het genot van mijn reis niet beïnvloeden. Nu is mijn leefstijl weer enigszins veranderd. Ik krijg weer vele malen meer voor mijn euro terug en hoef er minder op te letten. Dat is fijn. Echter zie ik nu weer bamboehuisjes waar kinderen in de tuin met koud water in kleine metalen badkuipjes worden gewassen. Weliswaar met een glimlach en plezier. Klaarblijkelijk niet ongelukkig en tevreden met het leven dat ze leiden. Ik word met me neus op de feiten gedrukt en leer waarderen. Iets waar ik dankbaar voor ben.

Bali, Ubud
Bali, bekend om haar mooie stranden, resorts, lekker eten, rijstvelden maar ook om een van de beste surfspots ter wereld. Oftewel een mooi schouwtoneel om naast de cultuur ook mijn surfvaardigheden te verrijken. We gingen met ze drieën naar Dreamland, een surflocatie met zandbanken en rif waar gevorderden hun of haar talenten konden demonstreren. Achteraf misschien iets te enthousiast. Mijn tekortkomingen kwamen deze dag al snel aan het licht en was het voor mij beter om eerst nog maar eens in de rustige golven van Kuta te repeteren. Na een paar dagen in Kuta te hebben vertoefd, was ik toe aan een stukje cultuur. Ik reisde samen met de Canadees naar het plaatsje Ubud, een plek waar je even ontsnapt aan het massatoerisme en je meer het authentieke Bali terug vindt. Voor tien euro wou de eigenaar van het hostel waar we in verbleven ons wel een dagje de omgeving van Ubud laten zien. We bezochten verscheidene eeuwen oude tempels waar ik voor het eerst in aanraking kwam met een van de oosterse religies, Hindoeïsme, het oudste nog levende godsdienst ter wereld.

Om de tempels te betreden is het dragen van een gepaste lange broek verplicht. Het op dat moment dragen van een korte broek dwong ons tot het kopen van een sarong, een wikkelrok die vaak met ruitpatronen wordt bedrukt. Tevens een mooi potentieel kledingstuk voor de zondagen in Nederland. De tempels waren indrukwekkend, uiteraard de een mooier dan de ander maar niet minder speciaal. Ik zag sculpturen die verschillende goden uitbeelden, in de rotsen uitgehakte versieringen en mensen bidden op de grond in de wierrook met hun handen tegen elkaar op hoofdhoogte. Hoewel ik zelf niet gelovig ben, vind ik het desondanks zeer interessant om een vreemde religie van zo dichtbij te zien en hoe en op welke wijze mensen zich toewijden aan een bepaald geloof, anders dan dat wij in de westerse wereld gewend zijn.

De dagreis continueerde naar de prachtige rijstvelden, een must-see op Bali. Grote terrasvormige rijstvelden in groene heuvelachtige gebieden gaven een fascinerend aanzien. Het was aangenaam stil en zag de vrouwen met de bekende traditionele strooien hoed (nón lá) op het land werken. Onze gids legde het een en ander uit over de oogst en productie van rijst, dat uiteindelijk weer voor een mooi leerrijk dagje zorgde.

Gili eilanden
De dag erna reisden we door naar de haven in het oosten van het eiland waar we de boot naar de Gili eilanden zouden pakken. Een tropische eilandengroep bestaande uit drie kleine eilanden ten westen van Lombok. Bekend om haar hagelwitte stranden en prachtige snorkel en- duik mogelijkheden in het buitengewoon heldere water, dat over een grote diversiteit aan tropische vissoorten beschikt. De eilanden zijn niet groter dan twee vierkante kilometer. Er is dan ook voor de rest, naast het drinken van cocktails op het strand, niks te beleven. Ik heb mijn tijd dan ook volledig benut met de mogelijkheden die de eilanden te bieden hadden. Snorkeltripje van zes euro was in het prachtige water was dan ook wel het hoogtepunt. De stroming is daar behoorlijk sterk dus het was een kwestie van de boot uitspringen, snorkel op je kop, kijken onder water, ademen en genieten. Tientallen schildpadden zwommen enkele meters onder mij langs. Het water was ongelofelijk helder en de vissen waren prachtig. Het koraal was echter zwaar beschadigd en aangetast voornamelijk door dynamietvissen. Vissers met zelfgemaakte bommen die onder water tot ontploffing worden gebracht waardoor het koraal onherstelbaar beschadigd raakt. Wetende dat ze het hele ecologische systeem vernietigen, weerhoudt hen dat niet om te stoppen met deze manier van vissen. Het houdt tenslotte het gezin in leven.

Lombok
Na een lange afwezigheid in de majestueuze bergen vond ik het weer eens tijd om wat te bestijgen. De Rinjani berg op het eiland Lombok scheen over een fabelachtige hike te bezitten die niet genegeerd mocht worden. De een na hoogste berg van Indonesië. Het was een hike die mij in twee dagen naar de top op zo’n 3,730 meter zou brengen, waarbij de derde dag voor de afdaling gebruikt zou worden. Met een groep van vijf mensen, een lokale gids en twee porters die het voedsel en de tenten droegen, begonnen we deze tocht op zo’n 500 meter boven zeespiegel. De tocht bracht ons de eerste uren door een sprookjesachtig regenwoud. Daarna veranderde de omgeving al snel in groen/goudkleurige landschappen van gras en bomen. Ook veranderde de temperatuur vrij snel van zo’n 30 naar 10 graden Celsius boven nul. Dat met een forse wind, maakte het allemaal weer extra avontuurlijk. En daar houd ik van. Op 2200 meter werden de tenten geïnstalleerd en brachten we een koude nacht door. De volgende dag was iets spectaculairder. Iets wat ik in deze vorm nog niet eerder had gezien. Een enorm kratermeer met in het midden een actieve vulkaan waar je de rook uit zag blazen. De laatste eruptie dateert uit 2010. Echt, werkelijk prachtig. We klommen naar beneden richting het kratermeer. Hier kwamen we watervallen, hotsprings en aapjes tegen. De natuur was magisch. Na een lekkere lunch klommen we verder naar de tweede campsite, waar we na een korte slaap, om 02:00 weer uit de veren moesten. We zouden het laatste stuk in het donker naar de top beklimmen, in de hoop op tijd te zijn om de zonsopgang op 3720 meter te kunnen aanschouwen. Met een zaklamp en een fles water liep ik met een Engelse jongen voorop in de groep. Naar mate we hoger kwamen, hoe moeilijker de ondergrond werd. Een dikke laag as van lava deed ons steeds naar beneden terugzakken. Behoorlijk frustrerend, zwaar en uitputtend, waarbij meerdere mensen onderweg afhaakten. Na 3,5 uur stijl omhoog te hebben geklommen bereikte ik met een enorme oerschreeuw als eerste de top van de berg. Klaar voor de zonsopgang, want je wilt niet lang in die vreselijke kou zitten daar. Toen eenmaal de zon op kwam wist ik niet wat ik zag. Mijlen voor me uit zag ik de twinkeling van de zee. Achter me bevond zich het enorme kratermeer met de vulkaan in het midden. En omheen bevonden zich bergen met groen en gesteenten. Het was oogverblindend. Zo heeft de Rinjani trekking toch wel een plekje veroverd in mijn top hikes.

Bali, Kuta
Na deze hike heb ik weer de boot naar Bali gepakt. Waar ik een paar nachten in Sanur heb doorgebracht. Minder chaotisch als Kuta. Gewoon een mooie plek om even wat fuel bij te tanken dat ik was kwijt geraakt na mijn wonderschone hike in de bergen. Daarna ben ik weer terug gegaan naar Kuta. Daar kon ik mooi het EK volgen op groot scherm en surfen in mooie golven die perfect waren om mijn vaardigheden te overstijgen. Het EK was helaas niet zo’n succes waar ik op gehoopt had maar desalniettemin zeer gezellig. Mijn weken bestonden vooral uit ontbijt, surfen, lunch, surfen, avondeten en voetbal. Zo nu en dan huurde ik een scooter voor wat uitstapjes over het eiland. Zo ben ik helemaal naar het Noorden van Bali gereden waar je een mooi kratermeer vind met wat tempels. Het was een onwijs aangename tijd na maanden lang voortdurend onderweg te zijn geweest. Gewoon even me backpack laten staan in een kamer waar de rotzooi zich in een haastig tempo opstapelde. Heerlijk! Ook zat ik op Nick en Marleen te wachten die drie weken door Indonesië zouden reizen. Iets waar ik natuurlijk ontzettend naar uitkeek. Ik zag op het vliegveld twee bleekwitte mensen, waar overduidelijk het absurd slechte weer in Nederland van af te lezen was. Even schrikken. Maar desondanks super leuk om hen weer na een lange tijd terug te zien. Ik nam ze mee naar mijn verblijfplaats in Kuta, waar ik ze vooraf al een beetje voor waarschuwde: “Verwacht er niet te veel van jongens”. Ze maakten kennis met een onwijs drukke smalle straat volgestouwd met souvenirwinkeltjes en een accommodatie dat niet bepaald de uitstraling van een resort heeft. Een korte rondleiding van hooguit vijf minuten was voldoende om hen te doen beseffen dat ze toch nog even verder wilden kijken of er niet iets beters was. Al snel vonden we 100 meter verder een accommodatie die niet te wensen over liet. Zwembad, (schone) ruime kamer, douche met warm water, koelkast en airco. Inchecken en hups naar het strand, even tannen want die witte kleur kon natuurlijk echt niet.

De avond brachten we door in een onwijs lekker restaurant waar zij kennis maakten met de goddelijke Indonesische keuken. Naar mijn mening de beste die ik in mijn reis ben tegengekomen. Een paar dagen spendeerden we op het strand, waar de verleiding te groot was om een kennismaking met het surfen te negeren. De eerste keer kreeg Nick les van niemand minder dan mijn persoontje. Na het zorgvuldig overbrengen van een aantal zeer gedetailleerde instructies stond meneer natuurlijk, zonder enige vorm van verbazing, op de eerste de beste golf waar ik hem op lanceerde. De verslaving en de liefde voor het surfen was geschept. De dag erna werd er samen met Marleen een privélesje geboekt zodat ik zelf ook weer lekker ongestoord me ding kon doen. Daar waar Nick en ik samen daarna in een ondergaande zon nog wat golfjes pakten, hield Marleen het voor gezien. Je kunt niet overal in schitteren. Hoewel ik vond dat ze het overigens fantastisch deed.

We reisden verder naar Ubud, waar Nick en Marleen de tempels en de rijstvelden wilden bezichtigen. Hoewel ik daar al eerder ben geweest, was het er niet minder leuk. Een relax plaatsje om goed te vertoeven. Plus dat er nog enkele plekken waren waar ik nog niet was geweest. Zo had je het zogeheten monkey forest waar honderden aapjes in een prachtig bosrijk gebied te vinden waren. Nick trok zelfs de stoute schoenen aan door een banaan hoog in de lucht te houden om daarmee een aapje op zijn schouder te lokken. “Foto Nick en lachen”. Het is goed om te zien dat mensen hun angsten onder ogen zien en daarmee hun grenzen verleggen. Ik was weer trots op me maatje.

Als je echt het reizen wilt ervaren moet je ook hiken. Door te hiken kom je in gebieden waar je met een voertuig niet kan komen. Je ziet de natuur onder een vergrootglas. En de belevenissen zijn vele malen groter en intenser. Ik stelde voor om een ‘easy’ 1-dag-hike te gaan doen. Daarmee ging het koppel akkoord. We stonden om 04:00 op, om in het donker naar de top van de berg te klimmen. Wederom weer om een prachtige zonsopgang te zien. Helaas hadden ze het slechte weer meegebracht naar Indonesië en was er bewolking tijdens de zonsopkomst. Echter verdween deze een uur later weer, waardoor we eigenlijk daarna een fantastische mooie hike over de bergtoppen hebben gemaakt.

De laatste dagen van ons samenzijn hebben we in Sanur doorgebracht waar we heerlijk aan het strand hebben gelegen en onszelf beloond hadden met vooral sappige fruitshakes. De week was onwijs snel voorbij gegaan. Zoals altijd met ‘good times’. Ik heb er fijne herinneringen op nagehouden en ben blij dat zij een klein deel hebben uitgemaakt van mijn reis om de wereld. We namen afscheid in Sanur, waar zij hun reis zullen voortzetten naar de Gili eilanden. Ik heb een vlucht naar Phuket op de planning staan, waar voor mij weer een nieuw avontuur te wachten staat in het grote boeddhistische Thailand. Een land waar het toerisme de laatste jaren een enorme opmars heeft gemaakt. Ik heb er hoe dan ook zin in. En echt, ik geniet nog steeds van elke minuut die ik meemaak jongens. Mis jullie…

Kay Holleman

#13 Australië

Sydney
De temperatuur was aangenaam. De lucht was blauw en zon stond hoog aan de hemel. Ik had zojuist de aankomsthal van het vliegveld van Sydney verlaten en ik zocht mijn weg naar het opslagdepot van DHL, naastgelegen het vliegveld. Hier stond een vers paar revolutionaire Teva schoentjes op mij te wachten, dat ik gekregen had na het inzenden van een stukje blog dat in een reismagazine was gepubliceerd. Dubbel zo leuk natuurlijk. Echter bleek bij aankomst dat het depot gesloten was vanwege een nationale feestdag. Mooi kut, maar komt wel weer goed, dacht ik. Dan maar naar mijn hostel in het centrum.

Ik had zojuist mijn spullen gedumpt in een kleine rommelige kamer met volgeschreven muren en liep alweer op straat. Nieuwsgierig wat meteropool Sydney te bieden had. Met een kort broekie, t-shirtje en een warme cappuccino zojuist bemachtigd bij een klein koffiehuis liep ik door het enorme park van Sydney. Ik zag vreemde vogels met lange snavels en vleermuizen in een dode boom zonder bladeren. Er zaten mensen te chillen in het gras met de Harbour Bridge en het wereldberoemde operahuis op de achtergrond. De onwijs relaxte sfeer en de laid back houding van de Ozzies ervaarde ik als zeer aangenaam. No worries, zoals ze dat hier bij alles zeggen. Overal waar je loopt zie je mensen. De stad is druk maar leuk druk. Het operahuis en de Harbour Bridge zijn hoogstaande stukjes architectuur. Even een hapje eten. Ik maakte kennis met de sterke Australische dollar en de zwakke euro die dat momenteel nog allemaal even erger maakt. Australië is duur, te duur als je het mij vraagt. Maar goed, niet aan denken. In de avond leerde ik een aantal leuke mensen kennen waarmee ik later het nachtleven had bezocht. Met een groot aanbod aan leuke barretjes is een beetje uitgaan hier zeker geen probleem.

De dag erna had ik de ferry naar manly beach gepakt. Een mooi strand waar het surfen een van de plezierige dagbestedingen is. Onderweg zag ik Sydney vanaf de boot dat zeker een must is om te doen. Dezelfde dag was ik op zoek gegaan naar een reisorganisatie, gespecialiseerd in trips en activiteiten voor de oostkust. En zat me te bedenken hoe ik mijzelf door Australië ga vervoeren. Ik legde de voordelen en nadelen naast elkaar en maakte op basis van budget en risico’s mijn keuze. Ik kwam al snel op een buspas naar Cairns uit. Vanaf daar zou ik dan bepalen of ik nog naar de outback zou gaan of niet. Voor elk land is het altijd weer even acclimatiseren en vooral veel navraag doen bij andere backpackers die je tegenkomt tijdens je reis. Vaak aan de hand van ervaringen van anderen en je eigen voorkeuren vorm je je reis in een land. Zo had ik in Nieuw-Zeeland gehoord dat een surfcamp van vijf dagen wel heel erg gaaf is om te doen. Die keuze was dan ook snel gemaakt. Ik boekte naast het surfcamp ook nog een aantal andere leuke trips langs de oostkust en zo was mijn reis voor een groot gedeelte al uitgestippeld in Australië. 

Voordat ik met mijn surfcamp zou beginnen wou ik eerst nog even de Blue mountains bezichtigen, op zo’n twee uur afstand van Sydney. Iets dat wel een treinreisje waard was. De Blue mountains zijn niet echt bergen maar is meer een enorme grote groene canyon die op een zonnige dag een prachtige blauwe gloed over zich heen heeft. Het beschikt over prachtige watervallen, gouden rotsen en veel groen. Ik heb hier uiteindelijk een mooi daggie in gewandeld. Na een klein weekje in Sydney te hebben vertoefd en nadat de schoenen na wat telefoontjes keurig waren afgeleverd stapte ik om 07:00 in de bus op het station van Sydney. Op weg naar surfcamp Spot X in het plaatsje Arrawarra, de locatie waar ik vijf dagen lang de basisvaardigheden van het surfen onder de knie ging proberen te krijgen. 

Surfcamp
Na twee uur langs de kant te hebben gestaan met wat autopech kwamen we eindelijk aan in Spot X. De lesgroepen werden direct verdeeld en zo ook de kamerindeling. Opvallend was het grote animo van de vrouwen die ook via deze weg kennismaking zochten met deze heerlijke watersport. Onze groep bestond uit een persoontje of 20 onder leiding van drie surfinstructeurs. Prototype surfdudes met een super laid back houding die met de nodige humor de lessen erg aangenaam maakten. Onze hoofdinstructeur was een 30 jarige Ozzie met een rastakapsel die ons de eerste les meteen de drie basis regels van het surfen uitlegde: 1. Zie er altijd cool uit 2. Draag nooit schoenen of slippers met wetsuits (echt nooit) en 3. Doe niet dom. Grappige gozer, daar gaan we nog wat van leren, dacht ik. Na wat rekoefeningen en theorie op het strand renden we het water in. Wat te doen? Golven pakken! Oh yeah! Het ziet er altijd makkelijker uit dan het lijkt. Maar na een golfje of 5 kwam ik dan eindelijk omhoog. Dat moment dat je op die golf staat is te vergelijken met een Gin tonic. Je wilt snel weer een nieuwe als hij op is. Surfen is erg verslavend en fysiek zwaar, maar voor mij de leukste manier om mezelf fit te houden. Helaas zijn de mogelijkheden in Nederland daarvoor echter beperkt. We hadden twee keer per dag les, drie keer per dag werd er gegeten en elke avond dronken we biertjes aan een kampvuur waarbij er niemand vies was van een gezellig gitaarspel. Het waren vijf gouden dagen met allemaal super leuke relaxte mensen om me heen die een voor een pure levensgenieters zijn. Het waren de dagen dat ik kennis maakte met een backpackers scene die ik nog niet eerder had meegemaakt, een scene die je denk ik ook alleen in Australië zal vinden.

Noosa Everglades
We eindigden onze trip in Byron bay, een super leuke surfstad aan de oostkust met een gezellig avondje stappen. De dag erna pakte ik lekker mijn rust op het strand. Ik was gebroken na vijf dagen intensief surfen. Ik nam afscheid en we kozen allemaal weer onze eigen paden. Mijn reis ging langs de oostkust verder omhoog naar het Noorden, naar het plaatsje Noosa, om via een drie-daagse kanotrip de everglades te bewonderen. Iets waar de wereld er maar een paar van heeft. Met zoals gewoonlijk weer een strakblauwe lucht en een graadje of 25 kanoënde we met een perfect klimaat door de everglades. Het water van de rivier was extreem donker dat alles prachtig deed spiegelen. Waar vroeg in de ochtend door de zon nog een mysterieuze damp vanaf kwam. Met meegebrachte gaspitjes bereidden we onze simpele maaltijden uit blik. De winter bracht ‘s avonds al snel donker en kou met zich mee. Met lange broeken en sweaters speelden we kaartspelletjes om Goone oftewel boxed wine. Het goedkoopste wat je in Australië kon krijgen. We sliepen in kleine tentjes in the middle of nowhere wat echt een gezellig kampeergevoel gaf. Dag twee kanoënde we verder richting een enorme sandpatch. Een woestijn landschap dat ineens opdook midden in de groene natuur. Hectaren zand met de zee mijlenver weg in zicht. Vrij bijzonder. Dag drie was niets anders dan terug peddelen naar de plek waar we met de boot weer werden teruggebracht naar Noosa. Hoogtepunt van dag drie was het spotten van een python in het wild.

Fraser Island
De dag erna verliet ik Noosa met een mooie ervaring rijker en ging ik door naar Rainbow beach dat het startpunt was van mijn trip naar Fraser island. Het is eigenlijk niets meer dan een enorm groot zandeiland, het grootste zandeiland ter wereld en het landschap is zeer afwisselend. Veel zand, een berg, mangrovebossen, tropische regenwouden een aantal schitterende kristalheldere zoetwater meren en bossen. Wat opzich wel bijzonder is. Deze trip bestond uit vijf 4×4 jeeps waarmee we drie dagen over het eiland gingen crossen. We zouden in eerste instantie in tentjes op het strand slapen maar vanwege de kou is dat gewijzigd in bungalows, waar ik totaal geen problemen mee had. Met vijf vol geladen jeeps met alcoholische versnaperingen scheurde we van plekje naar plekje over het zandeiland. Het was voor mij de eerste keer rijden met het stuur aan de rechterkant. Mooiste vond ik toch wel het kristalheldere meer midden op het eiland. Omgeven door hagelwitte zandstrandjes en prachtige groene natuur dronken we biertjes en zwommen we in het water. Echt heel mooi en speciaal. De avonden spendeerden we met ze allen op het strand, waar we onder een enorme sterrenhemel met de southern cross in haar gelederen en keiharde muziek een mooi feestje bouwden. Ik kan terugkijken naar denk ik toch wel de leukste trip aan de oostkust van Australië op een zeer mooi en bijzonder plekje op aarde. 

Zeilen naar de Whitsundays
De reis ging weer verder naar het Noorden. Cairns kwam langzaam dichterbij. Mijn volgende stop was Airlie beach. De haven waar ik met een prachtige zeilboot twee dagen naar de Whitsundays zou gaan zeilen. Een trip waar ik naar uitkeek. Een van de highlights, dan wel niet dé, aan de oostkust van Australië. Ik ben dol op de zee en vind varen heerlijk. Dan is er niks mooiers om met een zeilboot naar een prachtig eiland te varen dat beschikt over het fijnste en witste zand ter wereld. Ook hier werd het transportmiddel weer volgeladen met zakken goone, biertjes en een handvol debielen waar ik me wel bij thuis voelde. De oostkust van Australië is nogal party-geörienteerd en dat merk je overal waar je komt. Zeer jonge backpackers uit Noord-Europa vanaf een jaar of 18, beginnen hun eerste grote trip in het laagdrempelige Australië. De taal is bekend, reizen is veilig en makkelijk, work-holiday visums zijn geen probleem en een vakkenvuller verdient momenteel net zoveel als een startende HBO-er in Nederland. 

Het weer was eens een keer niet goed, net zoals de voorspellingen voor de komende dagen. Ik dacht even, wat gebeurd hier jongens? Het was bewolkt met hier en daar een druppel. Maar de zon kwam zo nu en dan door. Dus er was hoop. De eerste dag zeilden we naar een prachtige baai vlak in de buurt van de Whitsundays. Het anker ging overboord, de muziek gierde uit de boxen, de gaspitten gingen vlammen en de biertjes werden soldaat gemaakt. Het was weer eens genieten. De volgende dag zeilden we verder naar de Whitsundays. Met een wandeling over het eiland maakten we kennis met de prachtige hagelwitte stranden en de groene bossen. Echt een paradijsje. Er kon gezwommen worden maar wel met een stingersuit. Kleine transparante kwalletjes in de zee kunnen je daar namelijk met een steek killen. Ik koos ervoor om lekker languit op het strand te liggen. Heer-lijk! Een aantal uur later keerden we terug naar de boot voor wederom weer een zalige maaltijd. We deden de gezellige avond van de dag ervoor nog eens goed over en zeilden de dag erna, over een zeer ruige oceaan, weer terug naar Airlie beach. 

Duiken in het Great Barrier Reef
Ik zat in de bus op weg naar Cairns. Tevens mijn laatse busreis in Australië. Ik heb alle mogelijke opties naast elkaar gelegd maar $700 voor een tripje naar de outback zat helaas buiten mijn budget. Het is jammer want ik had graag meer willen zien van Australië, maar het land is nou eenmaal op dit moment te duur voor mij. Ik heb dan ook niet echt het beste jaar gekozen om een wereldreis te maken, maar ja zo blijft het. Het idee was om hier zo’n twee maanden te vertoeven. Ik heb dat naar één maand moeten bijstellen. Mijn laatste activiteit zou ik dan ook doen in Cairns. Vooraf niet echt gepland, maar ik had zoiets van, waarom ook niet. Ik ging namelijk duiken in het wereldwondertje dat het Great Barrier Reef heet. Alweer met een schitterende zeilboot, zeilden we zo’n twee uur de kust uit naar het zogenoemde, Green Island. Het was een introductieduik. Een duik waarvoor je geen certificaten hoeft te hebben. Je wordt letterlijk bij de hand gepakt en meegenomen naar zo’n twaalf meter diepte. Een half uur lang dook ik tussen verbazingwekkende gekleurde koralen. Ik zag tientallen verschillende gekleurde vissoorten. Schildpadden, rifhaaien en zelfs nemo kwam nog even een kusje geven. Echt, een ieder die twijfelt, doen! Fantastische ervaring!

Met een laaghangende zon op mijn netvliezen, hangend over de reling van de zeilboot, dacht ik met een grote glimlach en toch wel een trots gevoel terug aan al het moois wat ik tot nu toe heb mogen meemaken. Ik acht mijzelf zeer gelukkig dat dit groots avontuur mij gegund is. Mensen vragen me vaak of ik nog wel aan het genieten ben. Natuurlijk geniet ik nog elke dag, echter wordt het gevoel soms allemaal wel een beetje normaal. Ik ben bijna alweer een half jaar non-stop aan het reizen en dan is soms fijn als mensen uit Nederland mij even wakker schudden met wat ik momenteel aan het doen ben. Het gevoel van voldoening groeit, maar ben nog lang niet klaar. Ik kijk ontzettend veel uit naar het zeer interessante nieuwe contintent Azië. Een totaal andere wereld dat slechts op een kleine drie uur vliegen van Darwin vandaan ligt. De stad waar ik eerst heen vlieg voor een aantal dagen om mijn vastgelegde vlucht in mijn wereldticket vervolgens te kunnen pakken. Het relaxte sfeertje in Australië zal ik zeker gaan missen, echter de veels te dure Australische dollar niet. Ik heb mooie dingen gezien en gedaan in het super westerse Australië, maar ik miste toch iets van een cultuur. Iets waar ik enorm van genoot in Zuid-Amerika en dat ik zeker weer zal gaan voelen in Azië. Natuurlijk heb je de aboriginals, die ik overigens alleen stom dronken en irritant in Cairns en Darwin heb gezien, hoewel het in de outback wellicht misschien anders is. Maar het was het toch net niet. Ik zal weer lekker goedkoop kunnen genieten van overheerlijke andere keukens wat het reizen toch wel een stuk aantrekkelijker maakt en me weer echt gaan mengen met mensen die je aanstaren als je een lokaal eettentje inloopt en proberen een praatje met je te maken. Dat is pas ontdekken en reizen in mijn optiek. Te beginnen met het grootste eilandenarchipel ter wereld, Indonesië! Let’s explore…

Kay Holleman

#12 Nieuw-Zeeland: Zuidereiland

“Fuck, what did I do wrong?” vroeg ik aan Axel. “You have to keep your finger on the lowest string” antwoordde de twee meter lange Zweed. We zaten achterin de bus, de plek waar ik op dat moment waarschijnlijk een heleboel mede-reizigers aan het irriteren was. Met een lichtbruine gitaar in mijn handen was ik bezig om dit zeer gezellige instrument onder de knie te krijgen. Het was weer eens een lange rit, ditmaal naar de stad Wellington, gelegen in het meest zuidelijkste puntje van het noordereiland, waar het altijd enorm schijnt te waaien. De stad waar we de ferry naar het ruigere zuidereiland zouden pakken.

Ferry van Wellington naar Picton
Na een nachtje in Wellington te hebben doorgebracht stond ik met mijn dikke fleece op het waaierige dek van de ferry naar Picton. Echter zonder Axel. Die was weer eens spoorloos. Zal wel weer een latertje voor hem zijn geweest, dacht ik. Het was frisjes en bewolkt. Daar waar in Nederland de lente haar entree maakte was de zomer hier inmiddels voorbij. De blaadjes aan de bomen veranderde in donkere gele en rode kleuren en sierden langzaam een voor een de schone straten van Nieuw-Zeeland. Een prachtig aanzicht als je het mij vraagt. Na drie uur varen werd een behoorlijk saaie boottrip ineens weer een stuk boeiender. Het was het landschap van het zuidereiland dat mij ontzettend enthousiast maakte en me weer deed beseffen waarom ik zoveel tijd op die logge ferry spendeerde. We voeren langzaam tussen bruin en- groen gekleurde bergen in, op weg naar de haven van Picton. Vogels vlogen langs ons heen en de lucht was weer strak blauw getoverd. Zeilbootjes rustten in de kleine baaitjes. Het water verleende zich als een miraculeuze spiegel dat alle schoonheden om ons heen nog eens deed verdubbelen. Wederom weer een adembenemend ontvangst door de natuur.

We kwamen aan in Picton en het was wachten geblazen op een nieuwe bus. De andere bleef namelijk op het noordereiland. De bus was laat. Persoonlijk had ik geen haast dus wandelde ik lekker een uurtje door het stadje heen. Gaf me meteen wat tijd om wat alcoholische versnaperingen en wat eten op te slaan. Ik zat met een gezellige groep in de bus en dan ben je sneller geneigd om dat soort boodschappen te doen. Ik gooide mijn boodschappen in de bus en we vertrokken naar het Abel Tasman Nationaal Park, gelegen aan de verbluffende gouden noordkust van het zuidereiland. Met oordopjes in mijn oren en de zon die mijn huid verwarmde reden we weer een paar uur door het landschap van Nieuw-Zeeland, dat op zich zelf al een traktatie is. Ruige bergen, vaak met lichtgroene voeten, rivieren met grote witte krijtstenen waar ondiep kristalhelder water doorheen stroomt en reeksen diverse groene bomen afwisselend in formaat passeerden als enorme ansichtkaarten de ruiten van de oranje bus.

Abel Tasman Nationaal Park
We arriveerden op een groot groen terrein, aan de rand van het Abel Tasman Nationaal Park, iets dat leek op een camping. Omgeven door gras en hoge bomen, stond er een simpel eenvloers gebouw voorzien van een gezamelijke sociale ruimte en een ruime keuken. Zo’n 50 meter verder stond een twaalftal kleine huisjes op rij waar we zelf ons plekje mochten uitzoeken. Haastig liep ik door het hoge gras naar de eerste de beste hut om vervolgens gelijk onder, een hopelijk, heerlijke warme douche te springen. Het is altijd weer even afwachten wat voor douche er op je te wachten staat. Sommige worden amper warm en anderen zijn weer te heet om onder te blijven staan. Deze was eigenlijk buitengewoon goed. Na mijn douche was het etenstijd. Met een Duitser en een Mexicaan bereidden we een heerlijke chili con carne, iets waar ik bij de mexicaan op aandrong. Altijd leuk om typische gerechten uit land van afkomst te koken. De avond dronken we nog wat biertjes aan een kampvuur in gezelschap van andere reizigers die de warmte van het vuur opzochten.

De dag erna stond er een mooie vijf uur durende hike in het Nationaal Park op de planning. Aangezien een retour te veel tijd zou innemen hadden we een stoere speedboat geboekt die ons naar het startpunt zou brengen. Met hetzelfde kookteam van de avond ervoor, voeren we met hoge snelheid langs goud gekleurde stranden over de fraaie lichtgroene zee. Na een half uur over het water te hebben gegleden kwamen we aan bij het punt waar we onze hike zouden starten. Ik maakte kennis met Abel Tasman. Het zanderige pad bracht ons die dag langzaam terug naar het hostel. We liepen door een groene natuur met aan ons linkerhand de gouden stranden en de zee. Los van elkaar was het ieder opzich al prachtig, maar deze combinatie had ik nog niet eerder gezien en maakte het een wonderschone hike. Eenmaal terug in het hostel werd ik een beetje blij verrast. Axel, onze verloren zoon was weer teruggekeerd. Volledig de ferry gemist door een avondje goed stappen. Maar was klaarblijkelijk wel in staat om de volgende ferry een dag later te pakken. “Good to have you back wanker” zei ik in combinatie met een harde lach. We proostten op toepasselijke wijze met een biertje op de hereniging.

De dag erna ging de reis verder langs de kust, richting Greymouth. Onderweg stopten we bij een aantal bezienswaardigheden zoals Cape Foulwind, waar we een zeehondenkolonie gingen spotten. Je zag ze alleen van een vrij grote afstand, maar ik genoot zeker van de walk langs de kust. Greymouth was eigenlijk niks bijzonders. Een paar fastfoodketens en een warenhuis waar ik natuurlijk wel even langs ben geweest. Een paar burgertjes en een hip houthakkersblousje voor 13 dollar vulden uiteindelijk mijn maag en backpack. Aangezien ik totaal geen blousjes mee had genomen maar alleen wat simpele shirtjes was dit wel een functionele investering omdat het hier nog wel eens frisjes kon zijn. Ook kocht ik samen met Axel the greatest hits van Abba. Eindelijk een beetje knappe muziek in de bus, dachten we. We waren Rihanna en Black eyed peas namelijk spuugzat. Uit verveling speelden we in de avond maar een paar potjes beerpong. Een drinkspelletje dat nog wel eens uit de hand kan lopen. Ik geloof dat ik mijn bed nog kon vinden deze avond, dus het viel weer alles mee.

Franz Josef & Gletsjer
Na het saaie Greymouth bracht de bus ons gelukkig verder naar het zuiden. Naar Franz Josef om exact te zijn. Een kleine dorpje naast een cyclopische gletsjer. Een van de bezienswaardigheden die ik moest zien in Nieuw-Zeeland. Helaas moest je voor deze trip betalen. Overigens een van de weinigen om natuur te zien. Tenminste als je de gletsjer echt wou kunnen voelen, zien en ruiken. Kortom, beleven! Je loopt tenslotte niet elke dag op een gletsjer. Je kon kiezen uit een halve dag hike waar je een klein stukje de gletsjer zou beklimmen of een volle dag hike waar je nog een stuk verder gaat, daar waar je ook echt het mooie blauwe ijs kon belopen. Voor de energieloze mensen onder ons kon je ook nog een duurdere heli-hike nemen. Ik koos voor de volle dag hike. De dag begon goed. Uiteraard weer een volledig blauwe lucht met een warme zon en een bakkie koffie. Zalig, dacht ik. Na het ophalen van de uitrusting en het consumeren van een briefing, die bestond uit enige noodzakelijke veiligheidsvoorschriften, werden we met een busje naar de mond van de gletsjer gebracht.

“We need three kind of groups” zei een van de gidsen. Een vooraan, een in het midden en een achteraan. De groep vooraan had wat stoutmoedige klimmers nodig die het afmattende werk aan konden. De gletsjer beweegt gemiddeld zo’n 1,5 meter per dag en kan dus elk moment weer veranderen en vooraf bewandelde paden doen verdwijnen. Waardoor nieuwe moeten worden gemaakt of oude worden bijgewerkt. Omgeven door kolossale bergen waar water in kleine watervalletjes naar beneden stroomde, liep ik in de voorste groep op een zanderige ondergrond met een groot aantal keien langzaam omhoog. Ik keek naar boven en tussen de bergen bevond zich een enorme grote blauwwitte ijsmassa. Wow, wat heeft dit land toch wat te bieden, dacht ik. We liepen net zo ver tot dat we het punt bereikte waar we niet meer zonder crampons konden doorlopen. Al vrij snel bond ik de crampons onder mijn hikeboots vast. “let’s go, I am ready” zei ik met een knipoog terwijl de rest van de groep nog aan het stuntelen was. Met een trainingsbroek, een t-shirtje en me nieuwe blouse begon ik wat onwennig stap voor stap de Franz Josef gletsjer te bestijgen. De temperatuur was ondanks het ijs zeer aangenaam. Hoe hoger we kwamen, hoe helderder het ijs werd. Nieuwe paden werden met groot gereedschap en zweet in het ijs gehakt. We liepen over dunne paden tussen grote muren kristalhelder ijs van soms wel vijf meter hoog. Zo nu en dan pauzeerde ik en legde ik mijn hand op het ijs terwijl ik tegelijkertijd vol verbazing om mij heen keek. De zon deed haar werk en ontmaskerde het ijs in haar sublieme vorm. Ik kroop en wurmde mij soms door ijsruimtes die mijn kont en borst tegelijkertijd deed aanraken. De top zouden we nooit kunnen bereiken vandaag. Slechts 1/10 van de gletsjer zouden we beklimmen. Ik keek naar beneden en het uitzicht was betoverend. Ik bevond mij deze dag in een wereld die je normaliter alleen in je dromen beleeft. Opnieuw een onvergetelijke ervaring tijdens mijn ontdekkingsreis rond de wereld.

Queenstown
De expeditie ging verder, ditmaal naar de partystad van Nieuw-Zeeland, Queenstown! Uiteraard weer met een kostelijke busreis langs bergen en meren, waaronder lake Wanaka, een enorme spiegel waar ik met open mond en een onwijs gelukkig gevoel van binnen naar zat te staren. Telkens als je denkt dat het niet mooier kan biedt Nieuw-Zeeland weer meer. We kwamen aan in Queenstown, op het oog een klein gezellig stadje, gelegen tussen een aantal majesteuze bergen en een flonkerend groot donkerblauw meer. De sfeer is relaxt. Mensen besteden hun dag aan frisbeegolf en een lekkere lunch in het park of vissen op het meer. Ook zijn er weer een aantal eersteklas hikes te doen. Een soort van nieuwe hobby die ik tijdens mijn reizen ontwikkelt heb. Een weg tussen flora en fauna die je naar een top van een berg brengt waar je beloond wordt met een fenomenaal uitzicht over het betoverende landschap. Daarnaast is het een goede fitness die mij behoedt van overtollig vet van de vele lekker burgertjes en drankjes die ik met plezier tijdens mijn reis consumeer.
De hike die we deze keer gingen doen was de Ben Lemmond peak. Een berg met een top van zo’n 1800 meter dat een fabuleus uitzicht over Queenstown en de omringende bergen moest geven. Ik deed deze hike in gezelschap van de Zweed, de Duitser en de Mexicaan. Het was behoorlijk afzien. Steile stukken eisde veel van het lichaam. Daar waar de Duitser helaas moest opgeven, maakten wij de laatste 20 minuten naar de top af. Met een onwijs stukje gevoel van voldoening als gevolg. En wat je dan ziet… de foto’s online spreken boekdelen.

‘s Avonds was het tijd voor ontspanning en een mooie gelegenheid om eens te bekijken hoe party deze stad eigenlijk is. Ik kocht een fles Gin met wat tonic om de avond een gezellige ‘goedkope’ start te geven. Met een leuk groepje uit de bus legden we een aantal creatieve kaartspelletjes op de kamer. Uiteraard om drank. Ik dacht dat ik al redelijk bekend was met de meeste spelletjes maar dat viel wel best tegen. Het ene na het andere spelletje belandde op tafel. Ach ja, droeg weer bij aan een goede persoonlijke ontwikkeling, dacht ik. Nadat de meeste behoorlijk teut of eigenlijk al tegen lam aanzaten, leek het mij tijd om lekker de kroeg in te gaan. Waar we uiteraard lekker gek hebben gedaan en ons volledig hebben misdragen. Nee hoor. Springen door het rond en klauteren in een paal waren de hoogtepunten van de avond. En maar denken dat je leuk aan het dansen bent. Typische avonden dat je zin hebt om lekker gek te doen. Hoewel ik er daar soms wel te veel van heb. Daarna hadden we het feest in wat andere kroegjes voortgezet, echter waar helaas niet iedereen meer naar binnen kwam. Ze zijn nogal streng op dronkenschap hier. Maar het was hoe dan ook een geslaagd avondje stappen in Queenstown, dat zeker een bezoekje waard is in Nieuw-Zeeland.

Invercargill
Na een paar dagen in Queenstown te hebben vertoefd gingen we weer door naar Invercargill, het zuidelijkste puntje van het zuidereiland. Een locatie zeer dichtbij het continent Antarctica. Iets dat ik dol graag tijdens deze wereldreis wou ontdekken, maar wat ik vanwege de hoge kosten voor een latere fase in mijn leven moet bewaren. Het grootste gedeelte van de groep waarmee ik vanaf het begin mee in de bus reisde ging niet mee naar het verre zuiden en namen we dus afscheid van. Gelukkig bleef de kern zitten. In Invercargill was niet zo veel te doen buiten het feit dat je daar de ferry naar Stuart Island kon nemen, een klein eiland onder het zuidereiland met veel wildlife. Ik paste voor deze mogelijkheid. Ik bewaarde mijn centen voor een geweldige cruise door de fiorden van Nieuw-Zeeland in Milford Sound, een ander wereldwondertje, waar we de volgende dag heen zouden bussen.

Fiorden: Milford Sound
Het was bewolkt maar het regende niet. Eigenlijk het weer dat je niet wilt hebben in de fiorden. Alleen regen of alleen zon schijnt het mooiste te zijn. De regen zou dan langzaam langs de steile hellingen naar beneden stromen wat een volmaakt aanzicht zou moeten geven. Ik nam plaats op het dek van de cruiseboot. Het was behoorlijk fris. Maar dat was iets dat ik voor lief nam. Al na een paar minuten varen keek ik mijn ogen uit. Ik zag enorme steile donkere bergen, begroeid met donker groene planten, die op een indrukwekkende manier uit de zee staken. Kleine en grote watervallen gleden over het steen het water in. Groepen wolken zweven tussen de zwart-grijze steile hellingen van de fiorden. Vogels vlogen laag over het water en groepen zeehonden lagen te rusten op natte rotsformaties die een meter boven het water uitstaken. Soms naderde de boot speels een waterval van dichtbij, waarbij het water de boot inviel, dat het onmogelijk maakte om dit nog fotografisch vast te leggen. Eenmaal uitgekomen op zee waar het water weer een glanzende groene kleur droeg, keerden we weer terug om al dit pracht nogmaals te bewonderen. De fiorden, waarvan de wereld er maar een paar heeft, is wederom een must-see in Nieuw-Zeeland. Wow!

Driedaagse hike: Routeburn track
Na dit wondertje bracht de bus ons weer terug naar Queenstown. Echter was er één persoon die halverwege de rit als enige uitstapte. Het was mijn persoontje die een driedaagse hike door het Fiordland Nationaal Park had gepland. Leek mij wel weer een bloedstollend avontuur. Zo licht mogelijk bepakt met alleen een slaapzak en een daypack gevuld met twee blikjes voer, een multigraan brood, pot pindakaas, halve fles cola, tweetal Kitkat chuncky, zak pinda’s, een redelijk schone onderbroek en een vol geladen iPhone ging ik dit avontuur aan. “Is this all what you are bringing?” vroeg de chauffeur met een twijfelend gezicht. “I got coke and chocolate. Do I need more?” antwoorde ik met een glimlach terwijl ik met een snel loopje de bus uitstapte. De buschauffeur wist net zo goed als ik dat er een koufront aan zat te komen. Maar dat vond ik juist wel weer het avontuur. Ik had een shirt, een fleece en een regenjas bij me, wat kon er gebeuren, dacht ik. “See ya!” zei ik enthousiast. “If this guy doesn’t return within three days, call the police” zei hij op moment van wegrijden door de microfoon van de bus. Dat ik natuurlijk na mijn terugkomst pas hoorde.

Op dit soort momenten ben ik volledig in mijn element en voel ik mij soort van onsterfelijk. Helemaal alleen, rock gitaarspel in me oortjes, grote stevige hikeboots aan, adrenaline dat mijn lichaam aanmaakt voor het onbekende dat mij te wachten staat en de schoonheden van de natuur die zich tegelijkertijd om mij heen verzamelen. Momenten dat ik me supersterk voel en barst van de energie gecreëerd door al het pracht om mij heen. Pas dan komt de echte avonturier en ontdekker in mij naar boven. Het was een driedaagse hike, die ik op het moment van lopen eigenlijk in één dag wou doen. Alles dat ik zo graag en zo snel mogelijk wil zien door mijn enthousiasme en liefde voor de natuur. Iets dat best onverantwoord zou zijn geweest. Temperaturen in de bergen kunnen snel naar het nulpunt dalen. Het dwong mij er dan ook weer toe om rustig aan te doen en meer te genieten van de momenten.

Deze hike met de naam, Routeburn track, had een viertal huttencomplexen verdeeld over de hele track. De hutten boden enkele basis faciliteiten aan zoals een aantal gasstellen, houten bedden waar je op kon slapen en wat toiletten. Geen douches, kussens, kookgerei en bestek wat ik ook niet mee had genomen. Zie ik dan wel weer. Desnoods maak ik wel een vuurtje, dacht ik. Volledig ongepland. Ik houd ervan. Het vergroot het avontuur en wanneer alles uiteindelijk alsnog goed uitpakt, is het gevoel van de experience nog vele malen zoeter. En als ik koude blikken voer met mijn handen moest opeten, had ik weer wat leuks om over te schrijven. Hoe dan ook, no worries, als het maar droog bleef, dacht ik. En het was droog maar bewolkt. Ik startte rustig mijn hike door een groen bebost gebied. Met een kleine helling liep ik over een pad met kleine steentjes. Ik zag vele verschillende flora met zo nu en dan een bescheiden watervalletje. Niet veel nieuws eigenlijk maar ik was desondanks zeker aan het genieten van de omgeving. Het was soms mistig waar ik wel van baalde. Het belemmerde mijn zicht naar de andere kant van de bergen. Na twee uur zo’n 700 meter omhoog geklommen te hebben stuitte ik op het eerste huttencomplex gelegen aan een klein meer. Niet veel bijzonders. Even een bammetje opeten, paar slokken cola en weer verder. Ik had namelijk een nachtje geboekt in het tweede complex op zo’n twee uur afstand van het eerste.

De omgeving veranderde nog niet echt en ik was zo langzamerhand toe aan iets nieuws. Tijdens het lopen switchde ik zo nu en dan mijn zware daypack van schouder. Net zoals mijn jas en fleece. Warm en koud wisselde in de bergen voortdurend af. Toen ik na vier uur hiken bij het tweede huttencomplex arriveerde begon de omgeving enigzins te veranderen. De zon brak eindelijk een beetje door. Het was gelegen aan een klein prachtig meer met een zeer bijzondere glanzende donkergroene kleur. Ervoor lagen enorme grote grijze rotsen verspreid over een groot aantal vierkante meters. Ik gooide mijn tas, fleece en jas op de grond en greep een zak pinda’s uit mij tas en stopte die in mijn broekzak. Als een klein kind begon ik mijzelf met grote sprongen over de rotsen te verplaatsen. Na vier uur hiken met een gewicht dat je daarna opeens niet meer hebt voelde ik me veertjeslicht. Hoe groter de afstand, hoe moeilijker de sprong, hoe groter de kick. Ik had makkelijk me benen kunnen breken daar of zwaar door me enkel kunnen gaan. Maar het boeide me eigenlijk niet. Had de grootste lol in me eentje en voelde me sterk. Toen de grootste lol eraf was zocht ik een mooi plekje tussen de rotsen. Greep de pinda’s uit mijn zak en deed deze vervolgens, met een zeer bevredigend uitzicht over het meer, met grote handen in mijn mond verdwijnen.

De nacht was koud. Ik was blij dat ik een slaapzak had gehuurd. Van mijn fleece had ik een kussen gevouwen dat mij enigzins comfortabel deed slapen. Al vroeg in de morgen zette ik mijn hike naar het volgende huttencomplex voort. De zon scheen en de bewolking van de dag ervoor was verdwenen. De klim begon steil. Met grote stappen werkte ik mij nog hoger de bergen in. Ik passeerde bevroren plassen water op de grond. Hoe hoger ik kwam hoe adembenemender het uitzicht werd. Voor mij zag ik majestieuze bergen met wit besneeuwde toppen. Ver daarboven hing de maan. Onderaan de berg bevond zich een rivier die het smeltwater langzaam naar het meer verderop bracht. Ik stopte vaak. Even een kiekje en nog een. Zal niet lang duren voordat ik nummer 1.000 schiet in Nieuw-Zeeland. Ik liep verder. De bergen waren bedekt met goudkleurig gras. Zo nu en dan lag er een kleine plas water. En soms dook er weer een geweldig groot meer op. Hoe is het mogelijk, dacht ik vaak. Ik bereikte het hoogste punt van de hike. Het was er mistig, winderig en koud. Ik bevond mij tijdelijk in de wolken, snel maar door, dacht ik. Hoewel ik nog weinig van het koufront gemerkt had. Ik achtte mezelf weer eens gelukkig. Goddelijk weer en helemaal alleen in de bergen. Zo nu en dan passeerde er een enkeling die dezelfde wonderschone hike bewandelde als ik. Soms maakte ik een kort praatje en soms bleef het alleen bij een simpele hello. Gevoel van euforie overheerste in mijn brein. Een uur verder liep ik parallel aan een beeldschone rivier. Water ketstte tegen grote keien. Overal waar ik keek zag ik natuur uit de Lord of the Rings. Lopende bomen werden me echter niet gegund. Een stuk verder, ineens omgeven door groenen bergen keek ik naar beneden. Ik zag een onwerkelijke gouden vallei, bestaande uit riet van zo’n halve meter hoog. Dwars er doorheen stroomde de routeburn rivier, gevuld met witte keien en ijskoud kristalhelder drinkbaar water. Ik nam plaats op een kei en genoot de volgende tien minuten van het briljante uitzicht. Het was de plek waar mijn hut was gestationeerd.

Het was 14:00 en ik was inmiddels alweer vijf uur aan het lopen. Maar er was nog een extra hike te doen dwars door de vallei van zo’n vier uur. Ik blikte over de rivier en zag daar de eerste rode paal, een manier hoe de tracks gemarkeerd werden. Ik voelde me nog fit en ik berekende ondertussen in mijn hoofd de tijd van terugkomst, 18:00 terug, mooi voor het donker, dacht ik. Ik deed mijn zware boots uit, stroopte mijn broek een paar slagen op en ik liep door het koude water naar de overkant van de rivier. Eenmaal aan de overkant vulde ik mijn lege cola fles met water van de rivier. Moet genoeg zijn, dacht ik. En geloof me, dat is pas echt lekker water. Met grote passen liep ik door het hoge goudkleurige riet. Halverwege draaide ik een rondje en stond ik midden in een vallei, alleen, omgeven door enkele hectare goudkleurig riet, reusachtige groene bergen met het geluid van de rivier op de achtergrond en een sublieme strak blauwe lucht gevuld met vliegende vogels. Misschien wel het mooiste wow-momentje tijdens mijn reis. Ik plukte een enkel stukje riet, stopte het gebroken achterkantje tussen me lippen en knaagde erop met me voortanden. Ik zette mijn hike voort en het werd er niet minder op. Ineens bewoog ik mijzelf weer door een stuk groen bebost gebied om vervolgens aan de andere kant weer glanzende meren en enorme bergen met sneeuwtoppen te zien. Helaas moest ik met tegenzin weer terugkeren. De zon daalde en de bergen creëerden een enorme schaduw in de vallei. Wat ook weer een ontzaglijk aanzicht was. Na negen uur hiken kwam ik eindelijk terug in mijn hut. Nu maar hopen op wat kookgerei. Gelukkig kon ik een pan en lepel van een lief medemens lenen, die de uitputting in mijn benen zag, waardoor ik mijn blik spagetti in vijf minuten eventjes snel kon opwarmen en opeten. Ik heb wel eens lekkere maaltijden gehad, maar ach, op zo’n dag lig je daar niet wakker van. Ik nam al het moois van deze dag mee in bed, om het ‘s nachts nogmaals eens lekker te beleven.

De laatste dag was een kort stuk van zo’n twee uur naar de locatie waar ik met een busje zou worden opgehaald en zou worden teruggebracht naar Queenstown. Eenmaal in Queenstown aangekomen liep ik naar het Base hostel. Daar zouden Axel en Marc mijn backpack in hun kamer bewaken en op mij wachten. Ze maakten al grappen over wie mijn iPad mocht hebben als ik niet zou terugkeren. Ik klopte op de deur en Marc deed open. “I am back bitches” schreeuwde ik grappend. “You guys really missed the best shit ever” vervolgde ik. Een gesprek over mijn laatste dagen en die van hun volgde. Zodra we elkaar even lekker uitgehoord hadden, pakte ik een warme douche. Ook wel lekker na 3 dagen, dacht ik. De volgende dagen bleven we nog een beetje hangen in Queenstown. Spendeerde onze tijd aan frisbeegolf, wat leuke stapavondjes en chillen in het park. Tot dat we weer op de bus konden. Soms zaten die vol en dan moest je wachten. Gelukkig maar een keer gebeurd.

Mount Cook
De volgende bestemming en een must-see was Mount Cook. Redelijk centraal gelegen in het zuidereiland. Met een hoogte van 3766 meter maakt het de hoogste berg in Nieuw-Zeeland. Met daaromheen legio andere wit besneeuwde bergen. Een gletsjer en een meer met een buitenaards lichtblauwe kleur. En je raadt het al. Waar bergen zijn, zijn natuurlijk weer verrukkelijke hikes te maken. Na de eerste dag, waar we een kleine hike van drie uur hadden gemaakt, hadden we al meteen besloten om in dit stukje natuur, ver weg van alle steden en mensen, ons verblijf te verlengen met twee extra dagen. Weersvoorspellingen waren weer eens goed dus waarom niet, dachten we. De tweede dag hadden we de Mueller hut track gelopen. Een stevige klim van zo’n 6 uur die ons naar een hoogte van 1800 meter had gebracht. Het uitzicht was weer eens verbluffend. Mount Cook, met daaronder de gletsjer en het meer en de rivier die het smeltwater naar het andere meer vervoerde. De derde dag had ik alleen met Kyle, een AmerIkaan uit San Fransisco, de Hooker vally track gelopen. Een prachtige walk die ons door de vallei, dichtbij naar de mond van de gletsjer bracht. Daar troffen we een gigantisch groot meer aan met daarin grote drijvende ijsschotsen. Iets dat ik nog niet eerder had gezien. Wederom weer een weergaloos stukje natuur.

Rangitata, Christchurch, Kaikoura
Op moment van schrijven betrap ik mezelf erop dat alles wat ik beschrijf zo mooi is. En vraag ik me af of ik niet overdrijf en of ik misschien ook lelijke dingen heb gezien of dingen die mij niet bevallen. Nee, eigenlijk niet! Nieuw-Zeeland is echt verbazingwekkend mooi. Het schrijven voelt soms op deze manier een beetje saai en krijg ik het idee dat ik steeds hetzelfde op papier zet. Maar dat zal wel meevallen hoop ik. Na Mount Cook hadden we nog een nacht in Rangitata doorgebracht. Een locatie in the middle of nowhere. Wel leuk maar er was eigenlijk niet veel te doen. Er lag een voetbal, dus we hadden er lekker een balletje getrapt en ‘s avonds heerlijk gebarbecued. De dag erna reden we door naar Christchurch, de stad die zo erg getroffen was door een zware aardbeving verleden jaar. Best raar als je er dan zo dichtbij rijdt. De gedachte dat het zo weer zou kunnen gebeuren spookt op zo’n moment toch even door je hoofd. Je kon ervoor kiezen om hier uit de bus te stappen en te overnachten of verder te gaan. Ik ging door naar Kaikoura, een kustplaatsje waar je walvissen kon spotten en waar we de laatste nacht zouden doorbrengen voordat we weer met de ferry terug naar het noordereiland zouden varen. Walvisspotten liet ik maar aan mij voorbij gaan. Activiteiten zijn hier belachelijk duur. Naast een kustwandeling, het spotten van een zeehondenkolonie en het kijken van Star wars hebben we hier weinig boeiends gedaan.

Verre noorden: Kaitiaia, Cape Reinga
Het geweldige zuidereiland zat er nu voor mij op. Ik pakte de ferry naar Wellington en vanuit daar pakte ik de lange nachtbus terug naar Auckland. Er was nog één plekje dat op mij te wachten stond en dat was het verre noorden van Nieuw-Zeeland. Bekend om haar mooie kusten. We reden naar Paihia, oftewel Bay of islands. De naam zegt het al, een magnifieke kust met ervoor een aantal kleine droom eilandjes. Beetje gewandeld en op het strand gelegen waren hier de activiteiten. De dag erna hadden we een stoere trip in een grote bus die over het zand kon crossen. We begonnen met een bezoekje aan Kaitaia. Hier werd ik onder andere verrijkt met een stukje geschiedenis van de natuur in Nieuw-Zeeland. Zo kwam ik in contact met een van de oudste gevonden bomen op aarde, naar schatting meer dan 100.000 jaar oud, die recentelijk zijn blootgelegd. Daarna zijn we doorgereden naar Cape Reinga, het meest noordelijkste puntje waar de bekende lichttoren staat opgesteld. Fenomenale uitzichten over de Tasmanische zee en de Pacifische oceaan, die daar bij elkaar komen.

Na een korte loop zijn we in de buurt ook gaan sandboarden op een grote zandduin aan de kust. “Can I stand on it?” vroeg ik aan onze gids. “No” zei antwoordde hij kort. Schijnt dat je dan nogal snel je nek kan breken als je verkeerd valt. En daar hadden ze geen zin in. Dan zou ik de groep ophouden. Op je buik of op je knieën was toegestaan. Evengoed lachen. De duin was al snel zo’n 30 meter hoog. Na een keer of vijf naar beneden te zijn gegleden gingen we weer verder. In een grote bus lekker over het strand crossen. We eindige de trip bij, volgens de kenners, de beste fish and chips toko van Nieuw-Zeeland. Een type tent dat je veel ziet in Nieuw-Zeeland. Ik kon dat dan ook niet ontkennen. Heerlijk lopen bunkeren daar. Het rode duiveltje fluisterde in me oor dat ik ook nog een lekker ijsje moest nemen. Uiteindelijk stapte ik met een lekkere Magnum Gold de bus weer in. Heerlijkje dag weer zo! De volgende dag reden we weer terug naar Auckland waar ik mijn laatste avond met reismaatje Axel had afgesloten. Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. Afscheid is onontkoombaar. En hoe je er ook op instelt, na zulke mooie tijden met elkaar gedeeld te hebben blijft zoiets jammer. We wensten elkaar het beste toe en wie weet kruisen onze wegen weer in de toekomst.

Tja en toen zat het avontuur in Nieuw-Zeeland er weer op. Ik heb hier echt onwijs vijf mooie weken meegemaakt. Het land is voor mij, bij verre, het mooiste dat ik ooit gezien heb. Pas 800 jaar geleden door de mensheid ontdekt. Gletsjers, fiorden, gouden stranden, watervallen, prachtige zeeën, buitenaards gekleurde meren, vulkanen, geisers, grotten, modderbaden, donkerblauwe baaien, fabuleuze bergen, zandheuvels, gouden valleien, betoverende bossen en kristalheldere rivieren maken de natuur hier verbluffend. Het is zo enorm schoon en verhoudingsgewijs kan je het bijna als onbewoond zien. Daarnaast bezit het de Maori cultuur en beschikt het over een aantal prachtige unieke diersoorten. De mensen zijn vriendelijk en de prijzen zijn acceptabel. Mijn verwachtingen waren vooraf hoog maar het land heeft ze allemaal waargemaakt. Nieuw-Zeeland, wow! Een betoverend land waar zelfs de duurste camera’s de natuur te kort doen bij het vastleggen ervan. Een land waar ieder mens van droomt…

Kay Holleman

#11 Nieuw-Zeeland: Noordereiland

Ik zat weer eens in het vliegtuig. Een paar kinderen speelden enthousiast in de gangpaden, nadat het sein riemen vast na een uur vliegen uitsprong. Er was wat turbulentie. Een kerel naast mij had zijn laptop op schoot en werkte aan iets wat leek op een scriptie. Ik had inmiddels de film ‘Due date’ met die corpulente vent van ‘The hangover’ opgezet. Moet wel vermakelijk zijn dacht ik. Hij liet mij niet in de steek. Diverse scénes creëerde een aantal goede harde brullen van het lachen waarbij ik soms wat raar aangekeken werd. Na vijf uur vliegen werd voorzichtig de landing ingezet. Diepe dalende meters zorgden voor kriebels in de buik. Ik blikte naar buiten en Nieuw-Zeeland liet zich langzaam steeds meer van zichzelf zien. Ik zag groen, eigenlijk alleen maar groen. Lichtgroene kleuren van het gras op de bergen en donkergroene kleuren van de naaldbomen. Zelfs de kleur van de zee had een lichtgroene gloed over zich heen. Het enige dat niet groen was waren de witte stranden. Het was een landschap, dat al vanuit het vliegtuig een glimlach op mijn gezicht fabriceerde, dat sindsdien niet meer vertrokken is. Nieuw-Zeeland, het land waarvan mijn verwachtingen toren hoog zijn en waar ik lang op zat te wachten. Een nieuw hoofdstuk van vijf weken is geopend. 

Auckland
Na 3 maanden in andere vreemde culturen te hebben geleefd, liep ik nu door de gangpaden van het vliegveld in Auckland, gelegen op het noorder-eiland. Een vliegveld van een westerse wereld. Een stukje wereld die mij uiterst bekend is. Commerciële prikkels van reclameuitingen en andere informatie werden zonder enige moeite verwerkt door mijn hersenen. Geen zware vertalingen meer en niet meer te hoeven terugschakelen ervaarde ik als fijn. Ik passeerde de douane en liep naar de kiosk. Ik bemachtigde mijzelf maar een Lonely Planet, aangezien ik nog totaal geen idee had wat ik wou en moest zien. Nieuw-Zeeland heeft namelijk stapel veel things-to-see and do. Te beginnen met de McDonalds, met een burgertje en een colatje werkten ik mijn tijdelijke lusten weg. Het was inmiddels 14:00 en ik ging maar eens een verblijfplaats voor de eerste twee nachten zoeken. Terwijl ik in de LP bladerde zag ik in mijn ooghoeken een grote wand met een aantal hosteladvertenties erop. Ik stond op en liep er heen. ‘Silver Fern, Centre Auckland, 20$, free wi-fi, call #22. Waarom niet, dacht ik. Ik pakte een, in de wand geïnstalleerde telefoon, en draaide het nummer. “Hi mate how are you doing?” werd er laagdrempelig en informeel geantwoord. Voor ik het wist zat ik in de shuttlebus op weg naar mijn hostel. Typisch een voorbeeld hoe makkelijk het voor backpackers wordt gemaakt om in dit land te reizen. Een wereld van verschil vergeleken met Zuid-Amerika. 

Ik dumpte mijn tas naast mijn bed, pakte wat geld eruit en stapte de straat op. Ik kon wel wat verse boodschapjes gebruiken. Met een aangename temperatuur van zo’n 22 graden en een blauwe lucht, was ik op zoek naar een supermarkt die mij in mijn eerste behoeftens kon voorzien. Dikke zonnestralen schenen door het enorme gat van de ozonlaag en voelden buitengewoon warm aan op mijn huid. Als je je hier niet smeert, verbrand je binnen tien minuten. Het eerste wat mij opviel waren de absurd schone straten en een verbazingwekkende meerderheid van Aziaten die hier met ze allen waarschijnlijk studeren, werken of vakantie vieren. Nieuw-Zeeland steekt veel energie in het milieu en de natuur, om deze zo goed mogelijk te waarborgen. Het zit in de cultuur om geen vuil op straat achter te laten en niet langer dan vijf minuten te douchen enzo. Met schone straten, frisse lucht en een prachtige natuur als gevolg.

Auckland is met zo’n 1 miljoen inwoners, de hoofdstad van Nieuw-Zeeland. Het centrum is niet al te groot. Zoals alle steden in Nieuw-Zeeland, iets dat mij wel bevalt. Steden waarin je in één dag alles kan belopen, ik houd ervan! Ik wou hier niet meer dan twee dagen doorbrengen aangezien ik vijf weken voor Nieuw-Zeeland had. Ik nam de ferry naar Rangitoto. Een vulkanisch eiland, zo’n 600 jaar geleden ontstaan door een eruptie uit de bodem van de zee, niet ver van de kust vandaan. Ideaal voor een mooie dagtrip. Het eiland bezit over een mooi donker vulkanisch landschap met donkere grotten, krater, baaitjes en op de top een prachtige skyline van Auckland. Het gaf een fantastische eerste indruk van de natuur van Nieuw-Zeeland. In de namiddag nam ik weer de ferry terug naar de haven van Auckland. En ik zat te bedenken hoe ik mijzelf de komende weken door Nieuw-Zeeland ga vervoeren. Uiteindelijk heb ik besloten om een hop-on-hop-off buspas aan te schaffen. Deze brengt mij langs alle must see’s van Nieuw-Zeeland waar ik kan uit en- instappen wanneer ik wil. Handig en gewoon de goedkoopste manier van reizen. De laatste dag heb ik nog een mooie citywalk gedaan om vervolgens echt te gaan starten met het ontdekken van een van de mooiste landen ter wereld, Nieuw-Zeeland!

Het was nog vroeg. Ik stond te wachten op de bus die mij om 08:00 zou oppikken in het centrum van Auckland. Hij was laat. Zo’n tien minuten later kwam er een fel gekleurde oranje bus door de stijle straat aanrijden. “Sorry that I am late buddy, what’s your name?” zei op het oog nog een vrij jonge Kiwi. “No worries” antwoordde ik typisch. Ik stelde me voor, gooide mijn backpack onderin in de bus en staptte in. “Goodmorning” zei ik overenthousiast met luidde stem door de bus. Meteen even aftasten met wat voor groep ik te maken heb. Slechts een enkeling voorin groette terug. Ik liep helemaal naar achteren en plofte neer daar waar nog twee stoelen naast elkaar vrij waren. Ik verkoos comfort boven sociaal. Wil wel een beetje knap zitten, dacht ik. Met nog een aantal pick-ups te gaan, was de bus al half vol. Een vrij gemengd publiek met zo’n gemiddelde leeftijd van 24 jaar, wat ik vooraf jonger had verwacht, zat nog slaperig in de bus. Het duurt altijd even voordat mensen gezellig met elkaar gaan babbelen in de morgen. De bus raakte zo langzamerhand aardig vol en de chauffeur begon met zijn introductieverhaaltje. Tegelijkertijd deed ik mijn oordopjes maar uit mijn oren. Misschien komt er nog wat nuttigs uit, dacht ik. 

Hahei
De eerste rit ging naar Hahei. Een kustplaatsje in het noord-oosten van Nieuw-Zeeland. Hier zou de bus een nachtje slapen om de dag erna weer door naar de volgende locatie te reizen. Voordeel van deze reisorganisatie is dat zij ook nog eens alle hostels voor je inboeken. Hoewel je vrij bent om te gaan en staan waar je wilt, vond ik dit wel prima. Bij aankomst mochten we een eigen kamer uitzoeken. Ik was de eerste in de kamer. Al snel volgende de rest. Een Brits koppel, een Duitser en een Zweed maakte het gezelschap van deze kamer compleet. Het was een uurtje of één en ik was gebrand om lekker mijn wandelschoenen aan te trekken en te gaan ontdekken. De kamergenoten deelden dezelfde gedachte.

We liepen over een prachtig wit strand richting Cathedral Cove. Na 15 minuten maakten we een kleine klim naar zo’n 300 meter hoogte, dat werkelijk een betoverend uitzicht creëerde over het landschap van de kust. Omgeven door beige rotsformaties met lichtgroene grashellingen alsof ze allemaal recent zijn gemaaid, keek ik recht voor mij uit. De zon deed de turquoise zee op een manier glinsteren zoals ik dit nog nooit had gezien. Terwijl de wind de vogels om ons heen deed zweven. “Doesn’t look fake guys?” vroeg ik terwijl ik mijzelf liet neervallen in het gras. Er viel een alleszeggende stilte. Ik greep een sandwich uit mijn tas en at deze met een verbazingwekkende omgeving langzaam op. Een moment waar ik echt even van wou genieten. 

We vervolgde de tocht daarna door naar Cathedral Cove, het eindpunt van deze wandeling. Een verbluffende inham van steen met een gigantische boog en een natuurlijke waterval douche zorgde wederom weer voor prachtige natuur. Een natuur die volledig door haar eigen gecreeērd is, iets dat soms maar moeilijk vatbaar is. Het was een omgeving die mij deed besluiten om wat liefs voor mijn moeder in het zand te schrijven, die de dag erna jarig was. Een mooier cadeau, behalve mijzelf in levende wijze, kan je op zo’n afstand niet wensen dacht ik. Achteraf bleek het een goede gedachte te zijn geweest. Wow, Nieuw-Zeeland, het kostte slechts een halve dag reizen om verliefd te worden op dit fantastische land.

De avond stond in het teken van een sociale barbecue. Lekker eten en een beetje babbelen met elkaar is iets waar ik niet vies van ben. Alvorens ging ik met de Zweed uit mijn kamer wat biertjes halen bij de lokale supermarkt. Iemand waarmee ik vanaf het begin al een klik mee had. Deze slechts 21 jarige, ruim twee meter lange imposante verschijning met een woekerende haardos, die elke dag graag in dezelfde broek en op blote voeten loopt, reist samen met zijn gitaar en doet volledig waar hij zin in heeft. Hiervoor had hij al een paar jaar in Canada en Amerika gereisd. Een goed voorbeeld van een persoon die niet de standaard leeft maar zijn eigen creëert. Dat ik zeker kan waarderen in een mens. Er was gekheid ten top, hij leerde me de eerste lessen van gitaarspel maar ook goede gesprekken gingen over tafel die ik op zijn leeftijd nog niet met de juiste onderbouwingen kon voeren. Nou ben ik ook best op late leeftijd volwassen geworden, als ik die term überhaupt mag gebruiken. Het was een zeer plezante dag en het leek erop dat ik een nieuw reismaatje had gevonden. 

Raglan
Het was weer eens vroeg en ik zat met een lichte kater in de bus. Maar ik had een zachte glimlach op mijn gezicht. Een glimlach van de fantastische groene natuur waar wij doorheen reden. Een natuur die ik zowel in Zuid-Amerika als in Europa nog nooit gezien had. Planten met enorme grote groene bladen en prachtige heuvelachtige landschappen en een blauwe lucht deden mijn kater snel verdwijnen. Met een populatie van slechts 4.5 miljoen mensen en een land dat groter is dan Groot-Britannië heeft Nieuw-Zeeland relatief weinig verkeer en gebouwen in het landschap. Iets dat de natuur extra ten goede komt. De bus bracht ons dwars door het land van de oost naar de westkust, naar de internationaal hoogstaande surflocatie, Raglan. Raglan is een ontzettend relaxed en laidback surfplaatsje dat bekend staat om haar fantastische surflocatie en mooie stranden. Het was dan ook de uitgewezen plek en mogelijkheid om het surfen te gaan ondervinden. 

Ik hees mijzelf in een stoer surfpak maatje XL, pakte mijn surfboard en rende de zee in. Zonder enige vorm van les en met al een aantal jaartjes snowboard ervaring, dacht ik dit klusje wel even te klaren. Ik had vooraf wel een paar kleine aanwijzingen gekregen die mij wel voldoende houvast moesten geven. Echter was dit toch wel moeilijker dan verwacht. De ene na de andere keer viel ik van mijn plank. Maar wat hadden we een lol en plezier, zo gaaf! Uiteindelijk werd mijn geduld en doorzetting beloond met een lange sta-op-de-plank! Waarna het vervolgens steeds beter ging. Iets dat zeker weten in Australië voor herhaling vatbaar is. Raglan, een plaatsje waar ik achteraf gezien wel wat langer had willen blijven maar waar ik uiteindelijk gekozen had om mee naar Maketu te reizen. 

Maketu
Maketu is een klein plaatsje aan de oostkust waar ik mijzelf een klein beetje met de Maori cultuur heb verrijkt. De Maori is een volk dat momenteel in vrede met de Europese Nieuw-Zeelanders samenleven. Diverse verhalen vertellen dat zo’n slechts 800 jaar geleden de eerste Polynesiërs, oftewel de huidige Maori, die vanuit Tahiti en de Cook eilanden, voet aan wal zetten. De Nederlander Abel Tasman was echter de eerste Europeaan die in 1642 op verkenningstocht het zuider eiland vond. Helaas door een gevecht op het water heeft hij nooit kans gezien om aan wal te gaan. Wel heeft hij een naam achter gelaten: Nieuw-Zeeland oftwel New-Zealand. Dat nog een hele jonge maar rijke geschiedenis heeft. Ik leerde in Maketu de bekende Haka van de Maori. De Haka is niet alleen een oorlogsdans om de vijand bang te maken maar ook om bezoekers te groeten en een identiteit uit te drukken. Het was de bedoeling dat de vrouwen hun dans aan de mannen showde en andersom. Het zag er echt niet uit maar het was zeer vermakelijk. Helemaal omdat een enkeling zich zeer ongemakkelijk in hun blote barst voelden. Ik vond het alleen maar prachtig. Uiteraard zijn hier filmfragmenten van die ik wellicht binnenkort vrijgeef. We sloten de avond gezellig af met gitaarspel, zang en een heleboel heerlijke versnaperingen.

Taupo
De volgende dag reden we naar Rotorua, gelegen aan een prachtig meer met zwarte zwanen en vliegtuigen die stijgen en landen op het water. Op onze weg ernaar toe stopten we nog bij een aantal mooie bezienswaardigheden. Zoals een aantal kokende modderbaden, prachtige watervallen en een geweldige ruige lichtblauwe rivier waar zo’n 200.000 liter water per seconde doorheen stroomt. Typische voorbeelden van een geweldige natuur dat Nieuw-Zeeland te bieden heeft. We stopten uiteindelijk in Taupo, waar we de nacht zouden doorbrengen. Wederom weer aan een prachtig groot meer waar ik lekker gewandeld had. Als verrassing kwam er ook nog eens een stuntvliegtuigshow op de proppen met alles erop en eraan. 

Whakahoro
Niet ver van Taupo had je een zeer afgelegen plaatsje in de groene natuur genaamd, Whakahoro. Hier leven kiwi’s en blue ducks. Helaas geen van beide gespot omdat ze erg schuchter zijn. Het kiwi fruit dankt haar naam aan de kiwivogels die in Nieuw-Zeeland leven omdat ze rond en harig zijn. De bevolking wordt ook Kiwi’s genoemd. In Whakahoro had je de mogelijkheid om je even lekker uit te leven. Zo kon je met een bijl tegen een bord aan gooien en een aantal mooie hikes doen. Na een aantal keer met die bijl te hebben gegooid was de lol er ook weer af en besloot ik maar een pittige hike te gaan doen op een berg recht achter onze lodge, lekker dichtbij. Uiteraard werd deze weer beloond met prachtige uitzichten over de rivieren, watervallen en het bosrijke gebied eromheen. ‘s Avonds zaten we gezellig om het kampvuur met marshmallows en een paar goedkope wijnen de avond vol te maken.

Tongariro Nationaal Park
De zon scheen inmiddels alweer, zoals het eigenlijk de laatste week alleen maar heeft gedaan. Ik was ontzettend enthousiast want we waren op weg naar het Tongariro Nationaal Park. Hier zouden we de Tongariro crossing gaan doen, momenteel gewaardeerd als ‘s wereldste mooiste 1-dag hike. En helemaal bekend geworden na de opnamens van Lord of the Rings. Zo liep ik in mordor en langs mount Doom, locaties uit de film. Donkere lava gesteentes gingen gepaard met watervalletjes en riviertjes die vanuit de bergen naar beneden stroomden. Ook waren er verbluffende groene meren. Ik had er al een aantal in Zuid-Amerika gezien maar zo groen als deze echter nog niet. De omgeving verandert met de minuut. Er zijn heel veel verschillende kleuren gesteentes, veroorzaakt door vulkaanuitbarstingen. Donkerrode kleuren op de bergen lijken op een soort van vloeistof dat er langzaam vanaf stroomt. Daarna waren er weer enorme grote droge zandvlaktes. Meren met miraculeuze kleuren. Je weet niet wat je ziet. Zo ontzettend mooi en onecht. De foto’s geven slechts een impressie van wat je in werkelijkheid ziet. Het was ook het moment dat mijn camera overleed, nadat ik een misstap maakte omdat ik alleen maar vol ongeloof om mij heen zat te kijken. Gelukkig maakt mijn iPhone ook nog redelijk mooie foto’s. Maar ongelofelijk, wat was dit een fantastische hike. 

Na de hike werden we met een busje weer teruggebracht naar het vrij luxe hostel dat bezit over twee enorme jacuzzi’s, waarvan ik natuurlijk even de temperatuur moest polsen met een duikje. Heerlijk na zo’n zware wandeling. Ik zat nog even lekker na te genieten van deze prachtige dag, waarbij ik nadacht over al het moois dat ik tot nu toe al in Nieuw-Zeeland heb gezien. Zo mooi dat ik nu al durf te zeggen dat dit het mooiste land is wat Moeder der aarde op deze planeet kan geven. En dan heb ik niet eens, het volgens vele, ‘mooiere’ zuider eiland en het meest noordelijk gezien. Voor iedereen is mooi natuurlijk anders. Voor mij is dat natuur in haar puurste vorm, zonder gebouwen en andere ellende veroorzaakt door de mensheid, gemeten in diversiteit en uniciteit in landschappen. Ik kan in ieder geval zeggen dat mijn toren hoge verwachtingen nu al dik zijn waargemaakt en dat ik met ongelofelijk veel zin naar het zuider eiland uitkijk. Sweet!

Kay Holleman

#10 Frans-Polynesië: Tahiti & Moorea

Als er een plek op aarde bestaat die de naam ‘paradijs’ mag dragen, is dit het misschien wel. Echter de vraag is hoe je je dag hier gaat indelen. Ga je oogstrelende hikes afleggen in de groene bergen, snorkelen in het kristalheldere water, duiken met roggen en haaien in de lagunes, jetskiën langs de kust, kajakken over het koraal, surfen over de golven of gewoon lekker luieren op het witte strand. 

Moorea
Ik vertoef momenteel op Moorea, een tropisch eiland 30 minuten met de ferry van Tahiti vandaan. Met een afstand van zo’n 19.000 kilometer van ons kikkerlandje, bevind ik mij nu letterlijk aan de andere kant van de wereld. Verder dan dit kun je bijna niet van Nederland zitten, heerlijk! Nee hoor, met een paar uitzonderingen daar gelaten mis ik iedereen natuurlijk. Maar lijkt het je wat om langs te komen? Een 24-uur durende vlucht, exclusief overstaptijd, brengt je vanaf Amsterdam via Londen naar Los Angeles om vervolgens door naar Papeete te vliegen, hoofdstad van Tahiti. Een tijdsverschil van elf uur vroeger zorgt ervoor dat donker en licht bijna recht tegen over elkaar staan. Zo logisch dat het is, zo raar dat het blijft. 

Tahiti en Moorea behoren tot Frans-Polynesië, een eilandenarchipel in de Zuid-Pacifische oceaan. Andere bekende eilanden zijn Bora Bora en Maupiti. Met ontelbare fotografische scénes van reeksen haaientand bergen, diep blauwe baaien, groene valleien, watervallen en koraalriffen in de sprankelende turquoise lagunes, wordt Frans-Polynesië gezien als een van de mooiste eilanden ter wereld! Waar het water zo helder is als Spa blauw, dat je de roggen met volle maan langs je ziet zwemmen en zo warm is als in een bubbelbad, dat het kouder is om uit het water te gaan dan erin te blijven. Kortom, een land waar ik simpelweg niet over heen kon vliegen maar een ‘korte’ stop van twee weken moest houden.

Op het moment van schrijven bevind ik mij in een klein huisje met een rieten dak, gedragen door vier dikke houten palen boven het turquoise kristalheldere water. De wind laat mijn stijle, inmiddels al drie maanden niet meer geknipte haren, voortdurend voor mijn ogen wapperen. Ik lig ver onderuit gezakt op een paar houten planken en leun met een zonnecréme ingesmeerde blote rug, ontspannen tegen het bruine huisje aan. Ik staar gedachteloos vooruit en laat de schoonheid om mij heen haar werk doen. Ver, ver voor mij zie ik het einde van de lagune, waar de donkere blauwen golven het afleggen tegen de dikke zwarte rotsen. Daarachter bevindt zich de diepe blauwe zee gevuld met hamerhaaien, tijgerhaaien, dolfijnen, walvissen en schildpadden. Rondom mij, spelen tussen het koraal, overal kleurrijke vissen met elkaar, van groot tot klein. Als het geluk mee zit, spot ik in de vroege ochtend wel eens een rog of een rifhaai. Zo nu en dan gooi ik een stukje baquette in mijn aquarium en voer ik op deze manier de vissen. Ik kijk naar het westen. Op zo’n tien meter afstand zit een grote meeuw op een kleine paal boven het water te wachten op zijn maaltijd van de dag. Ruim 500 meter verder zie ik nog meer tientallen huisjes met rieten daken. Echter zijn dit geen gemeenschappelijke huisjes waar ik nu in zit, maar privé huisjes die toebehoren aan het Hilton hotel. Voor slechts 365 eu p.n. in het laagseizoen mag je in het achterste huisje er een nachtje overnachten. Dat is dan wel zonder ontbijt. Persoonlijk slaap ik in een dorm met 12 bedden voor 15 eu p.n. en dat is met gratis gebruik van de kajaks. Et voilá! 

Helaas is al het andere hier duur, heel duur! Ik probeer hier overdag te leven van goedkope baquettes met dure Nutella, jam, Skippy pindakaas en flessen water, zodat ik het nog duurdere ontbijt en lunch kan overslaan. ‘s Avonds eet ik de touristische menu’s in het pension, die vaak bestaan uit pizza’s of patat met een frisje en een bolletje ijs. Niet echt een bepaalde leefstijl voor een doorsnee toerist die hier vakantie viert. Zo heb ik mijzelf ook tweemaal beloond met het goedkoopst mogelijke diner in het Hilton hotel en even verderop bij een ander bekend restaurant in de diepe blauwe baai, waar je de roggen en rifhaaien in het maanlicht naast de stijger ziet zwemmen. Psychologisch maakt dat het eten goedkoper of misschien moet ik zeggen meer waard. Daarmee ben ik er ook achter gekomen dat Frans-Polynesië eigenlijk geen bestemming voor een backpacker is. Natuurlijk wist ik dat dit geen goedkoop oord zou zijn. Niet eens zozeer om de prijzen, maar ook mede omdat er bijna geen dorms met keukens tot je beschikbaar zijn, het openbaar vervoer zeer beperkt is, een supermarkt minimaal een half uur lopen is en dat het er stikt van veels te kleffe verliefde koppeltjes die niet van elkaar af kunnen blijven. Maar ja, ik wou dit paradijs gewoon zien en meemaken, dat klagen een strafbaar feit maakt.

Ik heb mijn eerste dagen in Frans-Polynesië vrij actief doorgebracht. Zo ben ik meteen na mijn aankomst op Tahiti met de ferry naar Moorea gegaan. En heb ik de eerste dag vijf uur gehiked door de groene bergen, waar ik een paar fantastische uitzichten over de lagunes heb gekregen. De derde dag heb ik een mountainbike gehuurd en 65 kilometer rondom het eiland gefietst. Dat was wel even afzien. Niet zozeer omdat het zo zwaar was, maar omdat het zadel zo ontzettend k*t zat. De dagen erna had ik toch een last van me reet! Ik vraag me nog steeds af wat de functie is van zo’n veels te dun zadel, want veel sneller ging ik niet. Maar ik vertelde mezelf dat ik op Moorea zat en niet mocht klagen. Uiteraard heb ik genoten van de adembenemende mooie natuur die zich die dag weer om mij heen had verzameld. De andere dagen heb ik een beetje gerelaxd op het strand, gesnorkeld, beetje geblogd in ‘mijn’ huisje aan het water en mijzelf een paar keer door de turquoise lagunes gepeddeld. De dure jetski en- duik tours liet ik maar links liggen. Daar hebben we Azië voor. Na tien dagen had ik Moorea wel gezien en ging ik weer terug naar het pareltje waar ik vandaan kwam. Ik wou daar namelijk de laatste dagen nog een aantal hikes door de groene bergen en valleien kunnen afvinken. Want voor de echte schoonheden van Tahiti moet je de kust en Papeete verlaten en je meer landinwaarts begeven. 

Tahiti
Zo’n twintig kilometer van Papeete vandaan, had ik een uitstekend bed & breakfast aan de west-kust van Tahiti gevonden. Een strand en een supermarkt op tien minuten loopafstand creēerde bij mij, naast de andere schoonheden van het eiland, een erg goed humeur. Verrassend genoeg had ik ook nog eens een grote keuken tot mijn beschikking en zat het ontbijt bij een aangename prijs inbegrepen. Ah, het kan dus wel. Ik bracht de eerste nacht door met drie fransen. Het stikt hier werkelijk van de fransen, wat natuurlijk wel logisch is met de aanwezigheid van de franse taal. Andere talen spreken ze immers niet. Snurken beheersen ze overigens ook als geen ander. Gelukkig ben ik er momenteel wel aan gewend geraakt om met vreemden een kamer te delen. 

De eerste dag heb ik lekker rustig aan gedaan. Goed mijn rust gepakt, voor de grote hikes die op mij te wachten stonden. Ik had ontspannen een strandje gepakt, beetje gesnorkeld, geblogd en zomaar eens wat gelezen in een boek. Wat voor mij zeer uitzonderlijk is. Als ik meer dan vijf boeken, buiten de studieboeken, in mijn leven gelezen heb is het veel. Ik weet het, het is slecht. Maar lezen was nooit aan mij besteedt. Had er geen geduld voor en zag altijd veel meer vermaak in films waar ik wist dat ik alles in twee uur gezien had. Fantaseren deed ik de hele dag al, daar had ik geen boeken voor nodig. Maar kennelijk heeft het reizen mij in deze zin misschien veranderdt. Het eelt zit momenteel op mijn vingers van het schrijven en ik begin het zomaar vermakelijk te vinden. Ik krijg interesses op welke manier andere schrijvers het inkt op het papier drukken en smul momenteel van metaforen en synoniemen die mijn woordenschat aanzienlijk vergroten. Ik lees graag over alles wat zich om mij heen bevindt. Wie weet pak ik binnenkort weer eens een engels boek voor wat pure entertainment, want natuurlijk weet ik wel degelijk, dat goede boeken uiterst kunnen vermaken. 

Reizen een verrijking? Zeker weten! Nieuwe passie gevonden? Misschien wel! Hoe? Door gewoon anderen dingen te doen die je normaal niet doet in het dagelijkse leven. Herken je dat gevoel? Altijd de twijfel of je de juiste opleiding hebt gedaan? Zit je momenteel wel op de goede werkplek? Ik heb het altijd gehad. Na acht jaar studeren heb ik nog steeds het gevoel dat er iets anders is voor mij. Een plek waar ik me echt thuis voel en elke dag met een glimlach naar toe ga. Een plek die vooralsnog voor mij helaas een mysterie is. Ik ben in ieder geval van mening wanneer mensen uit hun comfortzone komen en/of andere nieuwe dingen gaan proberen, verbaasd zullen zijn wat zij nog meer leuk vinden en misschien wel heel erg gedreven in zijn. Oftewel, verrijking, één van mijn gewenste voornemens voor mijn wereldreis. 

“Can you give me the jam please?” vroeg ik aan franse kerel van een jaar of 40. Met een wat verontwaardigde blik keek hij mij aan. Met mijn wijsvinger wees ik naar een grote pot jam en zei nogmaals “The confiture, the marmelade, that red thing”. Het werd hem daarna al een stuk duidelijker. Hij vervulde mijn, op dat moment kleine wens en gaf me met een glimlach de grote pot jam. Ik was bezig met een goed ontbijt, want de komende 2 dagen zou ik een stevige hike gaan maken. Na mijn ontbijt liep ik vanuit het hostel naar de openbare weg, niet veel meer dan 100 meter verder. Ik sloeg rechtsaf en liep naar de supermarkt waar ik mijzelf voorzag van een paar energierepen, een baquette en 4,5 liter water. Met op dat moment warme zonnestralen die een paar flinke zweetdruppels op mijn voorhoofd creëerde, zat ik te wachten op de bus op een willekeurige plek, die volledig zonder tijdschema op het eiland rijdt. 

Na tien minuten kwam een ietswat gedateerde witte bus met oranje strepen aanrijden. Ik stak mijn hand uit en de bus stopte. Terwijl ik instapte maakte ik direct kennis met franstalige rap, die met een enorme hoeveelheid decibel door de bus werd gepompt. Wat gezellig, dacht ik. Betalen mag hier ook als je uitstapt, dus liep ik in een vloeiende beweging door op zoek naar een vrije zitplaats in een drukke bus. Ik stapte uit in Papeete en vroeg bij de toeristeninfo om de route naar de Belvedere, het bekende uitkijkpunt van Tahiti. Niet veel later begon ik aan mijn eerste meters klim, vooralsnog op asfalt. Een kleine twee uur later kwam ik na zeven kilometer klimmen, op 600 meter hoogte bij de Belvedere aan. Het einde van de weg waar auto’s op dat moment nog kunnen komen. Vanaf daar had ik een aardig uitzicht over de kust en een stuk van Papeete. Echter was dit pas het begin van mijn hike. Mijn plan was om in twee dagen tijd, de 2060 meter hoge L’Aorai berg te beklimmen en weer terug te keren in mijn hostel. Eenmaal op de Belvedere aangekomen waren de weeromstandigheden niet al te best. Donkere wolken hingen boven de berg. Ik vroeg in het restaurant nog om advies, want ik was van plan om dit alleen zonder gids te gaan doen. Ze zeiden dat de condities niet goed waren en dat er weinig of geen mensen zich op de berg bevonden. De vijf seconden erna had ik besloten om het gewoon te gaan doen. Ik laat me niet zo snel door een beetje regen uit het veld slaan, dacht ik.

Met een enorm slechte zware daypack, een zwembroek, een gekleurd v’halsje, een opblaasbed en slaapzak die ik gratis mocht lenen van het hostel en een goed paar bergschoenen, begon ik met veel enthousiasme deze pittige hike. Klaar om kennis te maken met de echte natuur van Tahiti. Het duurde niet lang voordat ik al door natte glipperige donkerbruine modderplassen liep. Met grote zijwaartse stappen probeerde ik deze te ontwijken. Iets dat later onmogelijk werd. Na een klein half uur begon het te regenen. Great, ook dat nog dacht ik. Ik pakte mijn blauwe regenjas en hing deze half over mijn niet tegen regen bestandde daypack. Ik zette deze hike op dit moment voort met gemengde gevoelens. Naar mate de hoogte vorderde, zag ik gelukkig naast de regen en de modder ook adembenemende groen valleien, bergen met tientallen watervallen en schitterende flora. Tahiti beschikt over een enorme diversiteit aan gekleurde bloemen, daar waar langs de kustwegen prachtige bloemstukken van worden verkocht. 

Maar ik ging uiteraard gewoon door. Na 3,3 kilometer vanaf de Belvedere te hebben gehiked kwam ik uiteindelijk op 1400 meter hoogte aan bij mijn eerste checkpoint. Een simpel blokhuisje tussen een paar naaldbomen, opgebouwd uit een paar donker bruine balken hout, was het punt waar ik de nacht alleen zou doorbrengen. De laatste keer dat ik alleen sliep kan ik mij nog maar moeilijk heugen en dat ook nog eens helemaal voor niets. Ik zat op mijn houten bed en het was niet veel later dan acht uur ‘s avonds. Mijn ogen blikten door het raam waar het glas door de jaren heen was verdwenen en zag dat de wolken langzaam de oranje kleuren kregen. Dit kan nog wel eens een mooi aanzicht zijn dacht ik. Ik stapte snel in mijn boots en haastte naar buiten. Voor het eerst in mijn leven zag ik een zonsondergang niet onder, maar boven de wolken. Oogstrelend! Na dit moment digitaal te hebben vastgelegd liep ik weer naar binnen. Het werd op deze hoogte aardig koud dus besloot ik snel om in mijn slaapzak te duiken. Niet veel later werd het donker. Ik probeerde te slapen maar ik kreeg onverwachts bezoek. Helaas niet van gezellige mensen maar van iets dat leek op ratten en muizen. Shit, toch niet alleen dacht ik! Met de gedachte dat zij banger zijn voor mij dan andersom viel ik na een uurtje uiteindelijk toch in slaap. 

De volgende ochtend werd ik vroeg wakker. De lucht was grijs, het regende en dikke wolken vonden net genoeg kracht om over de bergen te kruipen. Ik dacht misschien worden de weersomstandigheden beter als ik eerst een stukje baquette opeet met ‘La vace qui rit’, oftewel de lachende koe! Voor mijn gevoel werden de druppels na een half uur wachten ietsje kleiner en besloot ik om mijn spullen te pakken en te vertrekken, op weg naar de top! Deze hike deed me een beetje denken aan een kleine drie maanden terug. Net begonnen aan mijn trip, zo onervaren, waar ik vol bewondering, met twee Amerikanen en een gids, de Inca trail door de geweldige Andes liep. Inmiddels klim en overnacht ik alleen op bergen. Best stoer, dacht ik.

Ik zag dezelfde hoeveelheid groen om mij heen. Alleen dit was anders. Er waren meer gekleurde bloemen en watervallen die hun weg naar de prachtige diepe valleien vonden. Er waren vele stijle stukken, stijlere stukken dan in de Andes, waar men zelfs touwen in de rotsen hadden geslagen om het klimmen minder zwaar te maken. Ik hield mij vast aan natte stenen en wortels van volwassen planten en bomen om de weg naar de top te bereiken. Ik begaf mij over toppen van bergen met een breedte niet meer dan een meter, daar waar aan beide kanten stijle kliffen bevonden en een harde wind mijn adrenaline goed op peil hield. Als beloning gaf ik mijzelf redelijk wat aangename pauzes om links en rechts te kunnen genieten van de ongelofelijke uitzichten die ik over het eiland had.

Ik naderde bijna de top, waar het ademhalen mij al minder goed afging. Helaas hoe hoger ik kwam hoe minder het zicht werd. Dikke wolken bleven hangen in de lucht, waar ik na 17,6 kilometer klimmen, op 2066 meter hoogte, eindelijk de top had bereikt. Ik spreidde mijn armen, draaide 360 graden en schreeuwde een simpel woord: “Yes!!!”. In het droge seizoen kan je hier zelfs over Moorea heen kijken. Ik stond op de top tijdens het regenseizoen, wat de zekerheid op een mooi uitzicht omlaag haalt. Dit wist ik vooraf maar desondanks was het een klim waar ik met een voldaan en trots gevoel naar terug kijk. Geweldig! 

Op de weg terug fantaseerde ik dat ik in een auto zat, met in mijn linkerhand een McChicken en op mijn rechter stoel een McKroket vergezeld met een grote beker cola. Ik had zo’n honger en dorst. Ik was uitgeput en door mijn voorraad heen. Na die dag zeven uur te hebben gehiked, was ik weer terug in Papeete op zeeniveau en deze gedachte bracht mij uiteindelijk in de McDonalds waar ik mij even helemaal thuis in Nederland voelde. Goh, wat kan fastfood toch lekker zijn!

Toen ik het restaurant uit liep kwam ik erachter dat het zondag was. En op zondag rijden er hier geen bussen. Goede timing, dacht ik. Een taxi kost me minimaal 40 euro, dat wordt hem sowieso niet. Dan maar liften, iets dat ik zonder problemen al vaker op dit eiland had gedaan. Een goede manier om in contact te komen met de lokale bevolking. De mensen zijn erg vriendelijk en gedag zeggen tegen iedereen is hier normaal. Misschien een doordacht stukje marketing wat er van jongs af aan wordt ingeboord. Ik weet het niet. Maar het kwam bij mij echt over. De mensen leven op een klein eiland en hebben soms behoefte aan contact met anderen van buiten af.

Echter zat het dit keer niet mee. Er reden al half zoveel auto’s als normaal, ik zat onder de moddervlekken, stonk vreselijk naar zweet en het begon ook maar weer eens te regenen. Niet gek dat ze niet stopte, dacht ik. Ik zag mijzelf de nacht al op het strand doorbrengen. Het leek alsof ik deze dag volledig door het stof moest. Na inmiddels alweer 1,5 uur met mijn linkerduim omhoog langs de weg te hebben gelopen, was er eindelijk een lieve lerares die wel de vermoeidheid in mijn benen zag. Ze stopte en bracht mij net voor schemering tot aan de deur van mijn hostel. Wat kan een mens dan dankbaar zijn. 

De laatste dagen heb ik nog gevuld met wat kleinere hikes door valleien met een aantal watervallen. Je kent ze wel, die filmscėnes dat ze het water induiken met zo’n waterval op de achtergrond met wat groen er om heen. Prachtig! Daarnaast nog wat snorkeluurtjes doorgebracht aan het strand om de dag goed te eindigen. Maar wow, wat is dit een paradijsje jongens. Na 16 dagen zit Frans-Polynesië er weer op voor mij en heb ik dingen gezien waar vele mensen van dromen. Met name mijn lieve moeder die hier haar hele leven al van droomt. Helaas nog nooit de kans gezien of gepakt om dit daadwerkelijk te bezoeken. Op moment van schrijven, zittend op strand, kijkend naar de zonsondergang, verlaat een eenzame traan mijn rechteroog, voortgevloeid uit emoties van gunnen, missen en iets niet kunnen geven. Maar ze krijgt dit vast nog wel eens te zien en dan zal ik haar gids zijn! Want dit is zeker een plekje waar ik ooit nog wel wil terugkeren. 

En nu? Nu zit ik op het vliegveld van Papeete, waar ik via mijn iPad zojuist enkele minuten geleden dit blog op het wereld wijde web heb geüpload. En ben ik zomaar weer eens up-to-date met mijn blogs. Mijn volgende locatie wordt door vele gezien als het mooiste land ter wereld. Een land met zoveel diverse prachtige landschappen. Een land dat meer schapen heeft dan mensen en waar rugby heiliger is dan de kerk. Het land waar een van de mooiste en beste films uit haar genre zijn opgenomen. Ik heb het natuurlijk over Nieuw-Zeeland. Als er geen vertraging is en alles goed gaat, zal ik zometeen op 21/03 om 08:10 de lucht in gaan en zal ik na 5 uur en 50 minuten vliegen, op 22/03 om 13:00 in Auckland aankomen. En dan te bedenken dat het dezelfde zon is. See you in the future…

Kay Holleman

#9 Chili: Noord-Patagonië & Paaseiland

“Voor mij een broodje kip en een verse jus” zei ik tegen een mevrouw achter de kassa. “U mag plaats nemen aan een van onze tafeltjes en daar uw bestelling doen en vervolgens bij mij afrekenen” antwoordde ze. Typisch weer zo’n onduidelijk systeem, dat je vaker tegenkomt in Zuid-Amerika. Ik was dit keer op het vliegveld in Montevideo waar ik een tussenstop had naar mijn volgende locatie, Santiago, hoofdstad van Chili!

Na 8 weken gezamenlijk reizen, was ik weer alleen. Het was natuurlijk weer even wennen maar het voelde eigenlijk niet eens heel erg vreemd of raar. Misschien omdat ik mij er zo al op had in gesteld en zo’n zin had om weer nieuwe avonturen te beleven. Ik deed me ding en ging weer verder met ontdekken. Een vriend uit Santiago, Fernando, die ik heb leren kennen in Brazilie, was zo vriendelijk om mij een dagje rond te leiden in de Santiago. De beste manier om een stad te verkennen.

Santiago
Santiago is net zoals vele steden gewoon weer een stad. Het heeft een aantal mooie monumentale panden, een leuk plein en het is hier niet ongewoon om zwerfhonden op straat te zien. Daarnaast heeft het nog een aantal mooie parken en een paar oude wijken. Ik had zo’n 10 dagen voor Chili voordat mijn volgende vlucht naar Paaseiland vertrok. En ik liet mij deze keer door Fernando adviseren. Hij vertelde mij dat je een mooi eiland in Noord-Patagonie hebt en daarnaast nog wat andere leuke stadjes met meren en vulkanen. Opzich pastte dit redelijk in mijn schema. Na 2 dagen Santiago te hebben gezien, heb een busticket naar het eiland Chiloe geboekt.

Noord-Patagonie
Zonder ook maar echt naar de weersvoorspellingen te hebben gekeken, ben ik naar het zuiden gegaan. Iets waar ik achteraf misschien een beetje spijt van had. Bij aankomst was het erg regenachtig. En dat bleek de rest van de week ook zo te zijn. Ach ja, je kan tijdens je reis niet altijd zon hebben dacht ik maar. Ik zat in een mooi hostel aan een prachtig meer. Maar alles ziet er gewoon een stuk grauwer en somberder uit met een dikke grijze lucht.

De eerste dag had ik een kleine wandeling door het centrum en langs het meer gemaakt in het kleine stadje Castro. De hoofdstad van het eilandje Chiloe. Typerend aan dit eilandje is dat alles is gemaakt van hout. Fel gekleurde houten huisjes staan op dikke palen boven het water. Wat best een gezellige uitstraling heeft. De dag erna begon ik met een heerlijk ontbijt. Zelfgemaakt brood en marmelade zorgde voor een goed begin van de dag. Zodat ik later een mooie hike door een nationaal park kon maken. Ik liep naar de bushalte en kwam daar een jongedame uit Andorra tegen. Ze stelde zich voor als Cristel. We kwamen al snel in gesprek en het lot bepaalde dat ik uiteindelijk met haar de dag had doorgebracht. We hadden een route belopen door een bosrijk gebied dat uitmondde aan zee. Gewoon een lekkere rustige dag met af een toe een klein buitje.

De dag erna had ik besloten om het eiland weer te verlaten en naar Puerto Varas te gaan. Een klein plaatsje niet ver van het eiland in noord-oostelijke richting. Het was een dorpje wederom aan een meer met ook weer vele houten huisjes. Niet ver daar vandaan, had je ook een nationaal park. Deze was uitgerust met een paar mooie salto’s. Kleine watervalletjes die vanuit de berg door de rivier stroomden. Dit met daarnaast een wonderschoon groen woud zorgde wederom weer voor een mooie regenachtige dag.

Na een paar dagen regen te hebben gehad en ik eigenlijk niet zo heel erg onder de indruk was van wat ik had gezien (misschien klein beetje verwend), besloot ik om mijn laatste dagen door te brengen in Valparaiso, een mooi kustplaatsje 2 uur van Santiago vandaan. En aangezien Santiago ook mijn locatie was waar ik vanaf vandaan moest vliegen, leek me Valparaiso wel een veilige locatie om te zitten. Je weet het namelijk nooit met lange busreizen in Zuid-Amerika.

Valparaiso
Het was inmiddels alweer de eerste van de maand maart. En ik kwam na een lange reis eindelijk aan in Valparaiso. Een klein stadje, herkenbaar aan de stijle wegen en straten aan de kust. Een taxi bracht mij helemaal naar boven op de heuvel, naar een leuk hostel uit de Lonely Planet. De dame van het hostel liet mij mijn kamer zien en gaf me een handdoek om even lekker een douche te pakken. Voordat ik ging douchen, connectte ik mijn iPhone nog even snel aan het wifi-netwerk. Al snel kwamen er een paar berichten van mijn vader binnen via Whatsapp. Hij was benieuwd waar ik op dat moment uithing. Ik zei dat ik in Valparaiso zat en hier waarschijnlijk de laatste 3 dagen zou doorbrengen. Het antwoord luidde: “Maar je moet morgen toch vliegen?”. Ehhh…? Ik pakte direct mijn wereldticket erbij en zocht naar de datum van vertrek. Er stond inderdaad 2 maart op. Shit, dacht ik. En ik was er echt 100% van overtuigd dat ik de 5de zou vliegen. Op dat moment was ik wel heel even blij dat ik mijn vader had gesproken. Ik had echt volledig mijn vlucht gemist en misschien ook wel mijn hele wereldticket weg kunnen gooien.

Het was inmiddels al 17:00 en moest de volgende ochtend om 09:20 vliegen. Ik ben direct zo snel mogelijk weer vertrokken. Gelukkig had ik nog tijd om een busticket te kopen en gingen er dezelfde avond nog een aantal bussen. Het zijn dingen die je kunnen overkomen tijdens het reizen. Maar eigenlijk niet mogen gebeuren. Maar goed, dat maakt ons uiteindelijk weer lekker mens en geen robots toch? Anyway, thanks Robbie! Won’t happen again!

En dan zit het verbluffende Zuid-Amerika er al weer bijna voor mij op. Nog een laatste locatie. En niet zomaar de minste. Mijn laatste vlucht gaat namelijk naar Paaseiland of eigenlijk door de lokale bevolking genoemd, Rapa Nui.

Paaseiland
Een 6 uur durende vlucht bracht mij over de Pacific ocean naar Paaseiland. “Fasten your seatbelts” werd er omgeroepen door een van de stewardessen. Niet veel later vlogen we over een heel klein eilandje heen. Te vergelijken met de grootte van Texel. Ik dacht, dit kan het nog niet zijn. Niet veel later maakte we een enorme grote draai om vervolgens echt te gaan landen. Het kleine eilandje midden in de oceaan was dus, Paaseiland. Met een straal van 4,500 kilometer tot enig andere menselijke beschaving, maakt dit een enorm geisoleerd eiland. Een eiland zonder enig echte vorm van medische zorg, daar waar men voor een tandartsbehandeling naar het vaste land moet. Slechts twee keer per maand komt hier een vrachtschip aan. Er moet dus behoorlijk gepland worden. Officieel hoort het bij Chili. Maar het heeft haar eigen taal en cultuur en eigenlijk niks van Chili.

Ik stapte uit het vliegtuig en een enorme warme lucht begroette mijn aankomst. Een grote hoeveelheid mensen pakte direct al hun enorme lens tevoorschijn en schoten hun eerste kiekjes. “Can you take a picture?” werd er direct door een koppel aan mij gevraagd. Ik dacht, we zijn er net, doe even normaal. Maar ik antwoordde beleefd: “Ehhh… Why not?”. Ik wist vooraf dat Paaseiland een bijzonder eiland was, maar in deze mate heb ik het nog niet eerder meegemaakt. Met een nonchalant loopje en mijn handbagage hangend op mijn rechterschouder liep ik vanaf het vliegtuig verder naar de bagageband.

Ah wifi, top! Terwijl ik zat te wachten op mijn backpack, connecte ik mijn iPhone even snel aan het internet. Een paar mailtjes, Facebook, een aantal Whatsapp berichtjes en het laatste nieuws werden doorgespit. Op deze manier houd ik mijzelf af en toe up-to-date. 10 minuten later zat ik met mijn bagage in een taxi die mij naar mijn, op de avond ervoor, gereserveerde hostel bracht.

Ik kwam aan. Het was een heel klein huisje niet veel groter dan 4 bij 6 meter. Een mailtje van de eigenares vertelde mij dat de sleutel onder de bloempot lag. Maar de deur stond open. Ik liep naar binnen. Niemand te zien. Ik opende alle 3 de deuren. Ik zag wat backpacks en koffers maar wederom niemand te spotten. Een keurig opgemaakt bed sprong achter de laatste deur in mijn ogen. Die moet voor mij zijn dacht ik. Ik dropte mijn spullen, pakte mijn benodigheden en liep weer de woonkamer in.

Er liep vervolgens een slecht lopende vrouw van een jaar of 80, ondersteunend op een kruk, vanuit de tuin de kamer binnen. Ik dacht, hey wat leuk, de eerste bejaarde tijdens mijn reis in een hostel. Paaseiland kent eigenlijk maar 3 soorten mensen die zich op het eiland bevinden. De inwonenden, backpackers met wereldtickets en de wat ouderen onder ons, die in het verleden aardig wat hebben betekend voor hun maatschappij, waar zij destijds, prima voor zijn beloond. Paaseiland is enorm klein en afgelegen en niet goedkoop. Een plek waar je eigenlijk maar 1 keer in je leven komt, of helemaal niet natuurlijk.

Maar deze vrouw was anders. Op een uitzonderljke wijze, combineerde zij een ietswat te grote, maar voor haar hippe rode zwembroek met een groen/roze gekleurd bloemetjes hemd. Natte grijze haren van een recente warme douche en een grote gouden bril met gemiddelde glazen bedekte haar bruin getintte gezicht. Ze pakte een stoel en nam plaats aan de kleine eettafel. “You just arrived?” vroeg ze met een overduidelijk Brits accent. Ik antwoordde en nam tegelijkertijd plaats aan de tafel. De volgende minuten nestelde ik mijzelf in een interessant gesprek. De naam van deze vrouw is Emma, 77 jaar en beschikt over een Engelse nationaliteit. Emma was volledig alleen, op late leeftijd een reis door Zuid-Amerika aan het maken. De gedachte dat dit nog gewoon kan en gedaan wordt maakte mij blij. Ze vertelde over haar avonturen in Brazilie en over haar laatste jaren dat ze op de arbeidsmarkt als softwareprogrammeur had gewerkt. Een lief en zeker geen doorsnee persoon. Het was gewoon weer eens een leuk gesprek met een ander soort mens waar ik normaal niet mee praat tijdens mijn reis. Ik bedankte haar voor het leuke gesprek en de eerste tips voor het eiland en liep de deur uit om vervolgens de schoonheden van Paaseiland te ontdekken.

Ik had 4 dagen om Paaseiland te verkennen wat genoeg moet zijn om de highlights van het eiland te zien. Ik begon de eerste dag maar eens rustig het stadje te verkennen. Dat was snel gedaan. Een hoofdstraat, een kerk en de kust met wat duik en- surfscholen was eigenlijk alles, wat het enige stadje van het eiland te bieden had. Het was op dat moment prima, aangezien ik om 14:00 aankwam. Ik keerde terug naar het hostel en leerde daar 4 andere mensen kennen. Diego uit Peru, Karoline uit Duitsland, Carlos uit Spanje en Sakoto uit Japan. Lekker multicultureel. We praatten wat en besloten even later om naar de zonsondergang te gaan kijken. Die was slechts 10 minuten verderop en scheen nogal spectaculair te zijn.

We kwamen aan. We waren redelijk op tijd want de zon stond nog vrij hoog. Ik zag een prachtige groene heuvelachtige uitstrekte langs de kust, gedecoreerd met een aantal eeuwenoude Moai’s, de enorme bekende beelden die een vorm hebben van een gezicht. Tot op heden is er nog steeds onduidelijkheid over de betekenis van deze mysterieuze beelden die over het hele eiland verspreid staan. Iets dat Paaseiland speciaal en uniek maakt. We zochten een mooi plekje op de heuvel op zo’n 100 meter afstand van een viertal majestieuze Moai’s, waar de zon onder zou moeten gaan. Geduldig wachtte ik op de voorstelling. Minuten gingen vervolgens voorbij. Laaghangende wolken deden goed hun werk om de spectaculaire kleuren extra naar voren te brengen. Felle gele kleuren veranderen met de seconde naar warme zachte oranje kleuren. Langzamerhand kwam het moment dichterbij. Het moment dat de zon zich achter de Moai’s begon te scharen. De volgende 5 minuten heb ik nog nooit zo vaak “oh my god” gehoord. Wow, het was een zonsondergang die geen ansichtkaart kon uitbeelden!

De volgende dag had ik al vroeg in de morgen mijn hikeboots aangetrokken en besloot ik om via de westkust naar het hoogste punt van het eiland te hiken, om vanaf daar vervolgens naar de oostkust van het eiland te gaan en te eindigen aan een prachtig stukje strand. Met 3 liter water, een stokbroodje kaas, uiteraard een zak chips en een camera startte ik om 09:00 mijn lange trip. Een heerlijke liveplaat van Coldplay vond de weg van mijn iPhone naar mijn oren. Totaal alleen, zonder ook maar iemand tegen te komen, liep ik over een lichtbruine stoffige weg door het prachtige ruige landschap van Paaseiland. Ik blikte naar immens grote Moai’s met daarachter tot aan de horizon reikende blauwe sprankelende zee. Landinwaarts zag ik de grote groene berg waar voorlopig mijn eerste checkpoint was. Ik passeerde grote bruine paarden met glanzende vachten die daar met grote aantallen in het wild, aan het groene gras van het eiland zaten te grazen. En een groot stuk liep er een herdershond met mij mee aan mijn zijde. Grote grotten, diepe kliffen waar enorme lichtblauwe golven tegen de rotsen aan klapten, stukken bos met hoge bomen en fel gekleurde tropische fauna maakten deze pittige hike helemaal de moeite waard. Er waren stukken waar ik mijzelf over en onder prikkeldraad moest begeven om de weg naar de top te vinden. Soms liep ik over grond, waar ik het gevoel had dat ik daartoe niet bevoegd was. Er waren momenten dat ik gewoon met mijn armen wijd, schreeuwend en juichend rondjes zat te draaien van geluk. Er was geen mens in mijlen of wegen te verkennen. Het gevoel dat je helemaal alleen bent op zo’n buitenaards eiland gaf mij zo een overweldigend goed gevoel. Aan het einde van de dag beloonde ik mijzelf met een wit stukje strand uit het boekje, gezamenlijk met donkergrijze Moai’s, schuinhangende palmbomen, een azuurblauwe zee en een zeer comfortabele ‘hitchhike’ terug naar mijn hostel.

De ramen stonden open en een vrij koude lucht kwam naar binnen. Het was nog donker. Met vele curven en onverwachtte remmomenten reden we over een enorm slecht wegdek met vele diepe gaten. Na zo’n 30 minuten scheurden we een parkeerplaats op. De motor werd uitgezet en ik vouwde mijzelf uit de auto. Met vier verschillende nationaliteiten stapten we uit. Het was een kleine jeep die wij de avond ervoor hadden gehuurd voor de komende 24 uur. Met een zwembroek, t-shirtje, volledig opgeladen camera en nieuwe witte havaianas uit Brazilie, liep ik naar een donkere plek waar 15 Moai’s keurig naast elkaar stonden. Het was nog fris, ik was overduidelijk te koud gekleed. Maar dat was maar voor korte duur. We waren namelijk 06:00 uit ons bed gestapt om hier een prachtige zonsopgang te aanschouwen. We ploften neer in het gras, ergens in het midden tegenover deze grote stenen koppen. Er bevonden zich op dat moment al meer mensen op deze speciale plek. Maar het was stil, muisstil. Ik keek naar boven en zag een prachtige sterrenhemel die zo af en toe heel bescheiden een sterretje liet vallen. Ik kon het niet laten en deed toch stiekem een wens. Waarom ook niet, je moet toch ergens in geloven, dacht ik. Het volgende uur vervaagden langzaam, een voor een, de sterren uit de hemel. En nam de zon, geheel eigenhandig, in een vloeiende beweging deze show over. Oranje lucht verscheen, de eerste zonnestralen kwamen langzaam achter de eerste Moai te voorschijn en verwarmden mijn koude voorhoofd. Zo mooi! Het was het zoveelste wow-momentje in mijn korte reis. Wederom weer een fantastisch meesterwerk, van moeder der natuur.

Dezelfde dag hadden we een groot stuk van het eiland bekeken met de auto. Diverse stops zorgden voor interessante en geweldige aanzichten van het ruige Paaseiland. Zo hadden we nog een nationaal park bezocht waar honderden Moai’s zichtbaar zijn, zagen we eeuwen oude muurtekeningen in donkere grotten en lieten we ons afkoelen door grote golven die tegen de rotsen uit elkaar knalden. Het was een fantastisch daggie uit.

De laatste dag van mijn trip op Paaseiland besteedde ik aan een mooie hike in het zuiden van het eiland. Er stonden daar nog een aantal eeuwenoude archeologische huizen en andere bijzondere sculpturen op mij te wachten. Plus een gigantische krater waarbij ik de ronding niet eens in mijn lens kreeg. Paaseiland heeft mij zo enorm positief verrast. Vooraf dacht ik, een eiland met wat beelden, we gaan het meemaken. Maar omdat mijn verwachtingen niet al te groot waren, is dit eiland uiteindelijk toch wel hoog in mijn top 10 geeindigd.

Ik heb hier zoveel mooie intense momenten meegemaakt. Momenten dat zelfs mijn ogen vochtig raakten van de schoonheid om mij heen. Het zijn de momenten die mij doen beseffen waarom ik dit allemaal doe en de bevestigingen waar naar ik op zoek ben dat ik de juiste keuze heb gemaakt om rond de wereld te reizen. Ik leef op dit moment een droom met een houdbaarheidsdatum. En daar ben ik mij wel degelijk van bewust. Een gedachte die ik van mij wegduw en waar ik voorlopig nog niet over na wil denken. But, in the end, in this life, nothing last’s forever! Het enige dat we kunnen doen, is het koude flesje bier, tot de allerlaatste druppel, volledig leegdrinken…

Kay Holleman

#8 Brazilië: Ilha Grande & Rio de Janeiro

Het was in de ochtend, vroege zonnenstralen deden mijn oogleden langzaam een klein beetje open doen. Ik ontwaakte en blikte naar buiten en het enige wat ik zag was groen. Een hoeveelheid groen dat ik nog niet eerder had gezien in Zuid-Amerika. We zaten in een lange nachtbus, die ons dit keer naar het land van de samba, carnaval, caipirinha’s, witte stranden en de vrouwen met de mooiste rondingen ter wereld bracht! Namelijk, Brazilie!

Iets dat ons echter achterna zat, was het begrip, tijd. Een begrip dat tijdens mijn reis nauwelijks of niet in mijn woordenboek voor komt. Vraag mij niet naar de dag of tijd want dat weet ik 9 van de 10 keer niet. Tot dat je gaat plannen. Iets dat ik liever niet doe omdat je dan bekende paden gaat belopen die je reis minder interessant maken. Echter voor carnaval wou ik wel een uitzondering maken. Er moesten keuzes worden gemaakt en knopen worden doorgehakt. We hebben besloten om een aantal leuke plaatsjes langs de kust te skippen en te gaan voor het grootste eiland van brazilie, Ilha Grande.

Ilha Grande
Een voyante catamaran bracht ons vanaf het vaste land naar Ilha Grande, een eiland zonder auto’s en pinautomaten. Tijdens de boottrip passeerden we oogstrelende kleine groene eilandjes, met erboven een laaghangende zon, die de grote vliegende vogels boven het water op ons netvlies deed projecteren. Na vele verscheidene landschappen al te hebben waargenomen, was het voor eerst sinds tijden dat we echt zon, zee en strand konden proeven. Een smaak in me mond die je kan doen vergelijken met slagroomijs met verse aardbeitjes. Heerlijk, wat een genot was het om op die catamaran naar een hemels eiland te varen.

We zetten voet op het hagelwitte strand, versierd met hangende palmbomen en liepen direct naar ons vooraf gereserveerde hostel met de leuke naam, Biergarten! Het was een klein cosy hostel wat er erg goed uitzag. Airco, een uitgebreid ontbijt, hangmatten, keuken en prima douches zorgden voor een aangenaam verblijf. Helaas konden we hier maar 1 nacht blijven omdat het de andere nachten volledig volgeboekt was. Gelukkig hadden we al een reservering in een ander hostel voor de dagen erna gemaakt.

We vroegen naar de possibiliteit van een aantal wonderschone hikes die je op het eiland kon maken. Het was voortreffelijk weer en ik zei “Let’s go Niek, lekker hiken”. Het was een 2,5 uur durende hike, die ons door de groene wildernis, langs een drietal parels van stranden bracht. Diverse hoogtes zorgden voor een fabelachtig uitzicht over het eiland. We spoelden het hikezweet van ons lichaam af in de zee, zodat we weer ijzig verder konden. Lopend door de wildernis hoorden we het geluid van omvangrijke apen, die we helaas niet konden spotten. Ook kwamen we in aanraking met hele kleine aapjes, zo miniem had ik ze nog nooit gezien. Even een kiekje gemaakt en weer verder. De terugweg viel zwaar tegen en leek wel een eeuwigheid te duren maar was werkelijk het zwoegen waard. Het was een typische dag voor diegene die wat wil zien, moet er wat voor over hebben. 

Het was vrijdagavond en het eiland was behoorlijk overladen. We hadden al geinformeerd waar het nachtleven zich afspeeld op Ilha Grande. De fuiven schijnen zich hier nogal te verplaatsen. Dit keer in een hostel met een grote stijger en uitzicht op zee. “Vervelend” zei ik. Vooraf hadden we gezellig met wat mensen uit het hostel zelfgemaakte caipirinha’s gedronken om goed in de toon te komen. En zijn we uiteindelijk met ze allen die kant op gegaan. We hadden weer lekker gedanst, veel mensen ontmoet en gelachen met iedereen. Ladderzat van de caipirinha’s, sloten we de dag af in ons bedje!

De dag erna stond ons weer een hike te wachten, dit keer een van 1,5 uur die ons naar een verkoelende waterval en een strand zou brengen. Het was geen Iguazu waterval maar desalniettemin zeker eentje de moeite waard. Omdat je bij deze eronder kon staan. Koud water uit de bergen spatte uiteen op onze hete verbrande schouders. Ik kon er wel uren staan. Maar zoals bij zoveel schoonheden zijn er ook weer andere toeristen die hetzelfde willen zien, doen en meemaken. Dus besloten we om verder te gaan naar een ontzagwekkend stukje strand 20 min verderop. 

Ook deze avond was het wederom weer feest. Goh, we hebben wat feestjes gehad tijdens onze periode in Zuid-Amerika. Dit keer in de enige club van het hele eiland. En wat was het warm. We zochten verkoeling in ijskoude blikjes bier, dat ervoor zorgde dat het bier rijkelijk vloeide! Veel andere Braziliaanse toeristen uit omstreken zochten ontspanning in de club. Er werd vooral sierlijk gedanst. Man en vrouw zochten elkaar op. Het leek alsof ze allemaal een assortiment aan diverse dansen machtig waren en perfect op elkaar inspeelden. Een aanzicht dat ik Nederland nog nooit heb gezien. Kortom, een vermakelijke avond met veel expertise op het gebied van dans. Heerlijk!

De derde dag hebben we vooral lekker geluierd op het strand. De boot ging pas om 17:00, wat we niet heel erg geestdodend vonden. Een touragency verleende een complete transportdienst vanaf Ilha Grande naar het hostel in Rio de Janeiro. Super, dachten we. Met veel zin en enthousiasme verlieten we Ilha Grande en gingen we op weg naar de laatste reisbestemming van Niek, Rio de Janeiro!

Rio de Janeiro
Jaja en dan Rio de Janeiro… Jeetje, jongens wat was dit vet!!! Laat ik maar gewoon bij het begin beginnen. Lees en huiver en laat mij jullie meenemen in een magische wereld die Rio de Janeiro heet.

Klokslag 23:00. Het was inmiddels donker. Grote dikke regendruppels uit de hemel vielen neer op het dak en voorruit van het taxibusje waarbij de ruitenwissers overuren draaiden. Niet bepaald het weer dat we verwachten in Rio. We zaten met 8 personen in het busje, waarvan een Nederlands stel naast ons. Zij maakten ons alvast warm over de schoonheden van Rio. De eerste stop was Aeroporto Internacional! Voor hen zat het er helaas alweer op. “Fijne reis nog” zei het stel in koor. De deur werd weer dichtgeklapt. Haastig en soms wat ongecontroleerd reed het busje verder Rio in. 

Ik keek naar beneden, het raam van de bestuurder stond open en natte regendruppels vielen op mijn blote voeten. Lekker verkoelend dacht ik. We reden in een verpauperde buurt dat leek op een buitenwijk. Gigantische bliksemschichten ontmaskerden de donkere rustige straten van Rio. Ineens hoorden we: “Knal!!”. Het was het onalledaagse geluid dat door het open raam de weg naar onze trommelvliezen bereiktte. Niek en ik keken elkaar aan met dezelfde blik en gedachten. Dit was overduidelijk het geluid van een kogel dat zojuist een pistool deed verlaten. De taxichauffeur en kompaan gaven geen kick. Dit was dus het moment dat ik wat minder lekker in de taxi zat.

De laatste twee toeristen stapten de bus uit. De chauffeur schoot op temperamentvolle wijze een aantal onverstaanbare Portugese woorden op ons af. Het leek erop dat hij vroeg naar het adres. Niek overhandigde nogmaals in combinatie met wat overbodige Engelse woorden het papiertje met het adres erop: ‘Rua Saint Roman 338’. We reden met hoog tempo verder. Af en toe bukkend en om zich heen kijkend zocht de chauffeur naar de juiste straat. Plotseling trapte hij op het rempedaal. Hij wees naar de straat! Gebarende bewegingen maakten duidelijk dat we moesten uitstappen en een klein stukje naar boven moesten lopen. We probeerden zowel in het Engels als in het Spaans uit te leggen dat we voor de deur afgezet wouden worden. Tevergeefs… Afspraken in Latijns-Amerika worden niet zo nauw genomen. We gaven het op en stapten uit. 

Daar stonden we dan in het donker, ergens in Rio, recht voor een donkere smalle straat die omhoog liep naar boven met totaal geen idee wat er ons achter die heuvel te wachten stond. Overvolle backpacks en daypacks gevuld met camera’s, creditcards, paspoorten, smartphones en iPad sierden onze, op dat moment kleine schouders. En dan te bedenken dat we het adres hebben laten opzoeken door een vreemde achter de receptiedesk van ons laatste hostel. Typisch geval van gemak en luiheid. “Zullen we maar gaan lopen dan?” zei ik tegen Niek met een twijfelachtig intuitief gevoel. 

In een vrij vluchtig tempo liepen we zwaar bepakt over gladde keien de heuvel op. Ik was op zoek naar een straatnummer. Nummer 90 was het getal dat als eerste antwoord gaf. “Fuck” dacht ik. Dat is nog een lange loop. We passeerden de heuvel. Het straatbeeld veranderde in kleine verpauperde huisjes en een nog smallere straat met luidruchtige hangjongeren. Veelal met bloot bovenlijf en starend naar onze presentie. Het was de eerste keer in Zuid-Amerika dat ik me niet veilig voelde. Wellicht ook door de vele verhalen die we vooraf gehoord hadden. Mijn gevoel zei dat we moesten keren, maar het hostel kon al na de bocht zijn, wist ik veel. We hadden zoiets van, fuck it. We bleven lopen en lopen maar er kwam geen einde aan…

Plotseling passeerde er een geel gekleurde taxi. We waren de onzekerheid zat en hielden hem aan. We stapten in en ik zei “Just drive slowly downwards”. In de tussentijd voerde hij het adres in zijn navigatiesysteem. ‘Destino desconhecido’ oftewel bestemming onbekend. “Fuck” dacht ik weer. Ik probeerde hem duidelijk te maken om de centrale te bellen en te vragen naar het adres. Hij leek erg verward. Maar belde uiteindelijk de centrale op. Adres en naam hostel weer onbekend. “Fuck” werd zo’n beetje het woord dat door mijn gedachte begon te spoken. Laatste optie, nummer hostel achterhalen. Hoe? Hopen dat we in het bereik van een onbeveiligde wifi-spot zaten. “Yes!” geluk zat toch ergens mee deze dag. De taxichauffeur deed een laatste poging. Na een lang telefoongesprek keerde hij om en reed 20 meter terug. Hij stopte en zei: “Here it is”. Er verscheen een kleine glimlach op mijn gezicht. “Dit meen je niet?” zei ik tegen Niek. Totaal onduidelijk aangegeven zonder enig naambordje van het hostel stapten we uit voor een blauw hek met alleen een belknop. We belden aan. De deur werd geopend, we pakten de lift en stopten op de eerste verdieping. Daar was hij dan, eindelijk, de receptie! 

Naderhand bleek dat we door een kleine favela hadden gelopen. Die zitten door de hele stad. Kleine maar ook grote, soms gevaarlijke wijken. Deze was sinds een paar maanden weer redelijk veilig, maar werd afgeraden om er weer doorheen te lopen. We checkten in, plofte neer op de bank en opende twee ijskoude biertjes. We proostten op een spectaculair slotstuk van ons groots avontuur. Finally, we made it!!

De dag erna ontwaakten we vrij vroeg in een bunker van 2 bij 4 meter, gevuld met 2 enorm krakende stapelbedden. Het was niet echt het type hostel dat we voor ogen hadden, maar het was de goedkoopste en een van de weinige die nog beschikbaar was. Persoonlijk geef ik weinig om luxe, zolang ik maar in slaap val en de nacht droog en veilig kan doorbrengen. De uiteindelijke functie van een hostel. Overdag zijn we namelijk op andere locaties te vinden. Locaties waar we voor gekomen zijn, zoals het strand, de barretjes en de straatfeesten gedurende carnaval! Carnaval in Rio speelt zich voornamelijk af tijdens de straatfeesten in de verschillende wijken van de stad. De straatfeesten worden ook wel blocos genoemd. Hier zijn er wel een stuk of honderd van gedurende 4 dagen. Daarnaast heb je natuurlijk 2 dagen de bekende parade in de Sambadrome. Waar de beste sambascholen van Rio strijden om de grote parade prijs. Maar de echte feesten spelen zich af in de straten waar iedereen helemaal los gaat, van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat!

Het was 11:00 uur. We hadden inmiddels genoten van een prima ontbijt in het hostel. En vroegen naar de locatie van het strand. “Loop naar buiten, pak de bocht mee naar links en loop daarna naar links of naar rechts” zei de man van de receptie. Het bleek dat we op een fantastische locatie gelegen zaten. Precies in het midden van het bekende Copacabana en het Ipanema strand. Top! We kozen voor het Ipanema strand 5 min verderop. Men zegt namelijk dat dit het mooiste strand is. De zee kwam langzaam in zicht. De zon stond al hoog aan de hemel en de wolken van de nacht ervoor waren verdwenen. Met een plastic tasje gevuld met wat zonnecreme, een flesje water, wat broodjes en beleg en een baddoek om mijn schouder liep ik het majestueuze strand van Rio op. 

Ik keek naar links en zag een lange vlakte met wit zand. Ik keek naar rechts. Voor mij bevond zich de fameuze groene berg met die imponerende favela op haar rechter schouder. Zo bekend van alle ansichtkaarten en stond nu in het echt voor me. Voor sommige onder ons misschien totaal niet boeiend. Voor mij een momentje van, wow supergaaf, ik sta hier gewoon! Een aanzicht waar ik uren naar kan kijken en van genieten. Dat geldt overigens ook voor de vrouwen. De verhalen zijn inderdaad waar. Schaars geklede vrouwen met prachtige ronde vormen schromen niet om dat hier te laten zien. Iets waar je ons niet over hoorde klagen. 

Dezelfde avond hadden we natuurlijk nog wat barretjes gepakt. Niet heel veel bijzonders, buiten het feit dat we natuurlijk weer een aantal leuke mensen hadden ontmoet en lekker gefeest hadden. De andere dagen voor carnaval zagen er eigenlijk hetzelfde uit. Overdag strandje, caipirinha’s, ‘s avonds lekker barretjes pakken, gewoon het goede leven. Tot dat ik een paar dagen voor carnaval een berichtje kreeg uit Nederland dat er twee vrienden zouden langswippen. In eerste instantie geloofde ik het niet echt. Maar niets was minder waar. Danny en Wesley kwamen carnaval vieren in Rio! Dat was wel even een gaaf bericht. 

Het was inmiddels vrijdag, de dag voordat carnaval hier losbarst, maar waar de eerste straatfeestjes al gehouden worden. We hadden die middag nog lekker op het strand gelegen en liepen rond een uurtje of 17:00 terug naar het hostel. Nog voordat we op het Ipanema plein arriveerden, stond Niek al 30 meter verder op te schreeuwen en zwaaiende bewegingen te maken. “Kom, kom, het is begonnen!!! Ik liep de hoek om. En zag daar een grote menigte op het Ipanema plein carnaval al uitbundig vieren. Overal op de straat stonden Brazilianen bier te verkopen. Mensen liepen op straat met complete flessen rum en vodka. Het verkeer stond al volledig vast en sommige waren al verkleed en volledig geschminkt. In de tijd dat wij op strand lagen is er in de tussentijd een grote transformatie geweest. We stonden tussen de Brazilianen, samba muziek stond op, biertje in ons hand, zonnetje op het hoofdje. Niek liet zijn arm zien en zei: “ik heb gewoon kippenvel”. Ik heb veel kippenvelletjes gezien en gegeten in me leven. Maar niet zoals die van Niek er toen uitzag. Het zei alles over het moment, de tijd dat we hier al naar toe leefden en het feestbloed dat in onze beide aderen stroomt. Eindelijk, carnaval was begonnen!

Met een brede glimlach op mijn gezicht liep ik de volgende ochtend naar de receptie van het hostel. Daar stond een echte Carioca. Een Carioca is de benaming voor een in Rio de Janeiro geboren persoon. Met zijn donkere huid, normaal postuur en gevoel voor humor stond hij altijd met een vrolijk gezicht achter de receptie. Het was Bernardo, met een leeftijd waarschijnlijk ergens in de 30, die ons dezelfde dag meenam naar een straatfeest in de wijk, Bogofato. “But look out, you might get wet” zei die met een lachend gezicht. Het was een straatfeest met een volledige watertank die achter een andere vrachtwagen met muziek aan reed. Dit was zo supervet! Stel je voor, een straat vol met dansende Brazilianen, arm en rijk, paraderend achter een vrachtwagen aan, met enorme speakers waar de samba werkelijk uit knalde en waar een grandioze kerel van een jaar of 70 met een pilotenpet, met het uiterlijk van Hugh Hefner, ongeremd op stond te zingen. En dat daarna ook nog eens een watertank, in de volle zon, volledig iedereen natspuit. Met werkelijk geen greintje aggresiviteit op straat. Alleen maar brede glimlachen en feestende mensen. Ik heb vele feestjes en festivals meegemaakt in me korte leventje, maar werkelijk geen een is te vergelijken met carnaval in Rio! Wat was dit een unieke en fantastische belevenis. 

Carnaval in Rio is groot, ontzettend groot. Duizenden relaties worden vooraf beeindigd zodat iedereen kan zoenen met elkaar. Want dat hoort ook bij carnaval, zoenen! Bernardo, onze Carioca riep mij naar hem toe, hij zei “Kay, grab a girl by her arm, give 2 kisses, say your name and look her in the eyes. If she won’t turn here eyes back, it means she wants to kiss you “. Dat is de manier hoe het hier werkt tijdens carnaval. Alleen tijdens carnaval. 

De avond erna waren we op zoek naar een leuk straatfeestje. Na een tijdje te hebben gelopen door de straten van Rio, kwamen we op het oog, een druk en gezellig straatfeestje tegen aan het Copacabana strand. We haalden wat biertjes en manouvreerden ons door de menigte tot dat we een mooi plekje hadden gevonden. De mensen dansten, sprongen en deden lekker gek. Vanzelfsprekend deden wij mee. Het bier vloeide rijkelijk, ik had dorst dus ik haalde nog maar een paar biertjes. Op mijn weg terug naar de groep gebeurde het. Ik liep een prachtige Braziliaanse tegen het lijf. Ze glimlachtte. Lange benen, een prachtige uitstraling, volle lippen en een partij billen die ik nog nooit gezien had, creëerde een elektrische puls vanuit mijn brein naar de benen, die mij direct stil deed staan. Met de wetenschap van Bernardo en met mijn drive om tijdens mijn reis voortdurend te willen ontdekken, dacht ik, waarom ook niet. Ik pakte haar arm en stelde me voor. Ik keek haar aan in de ogen. Als ze nu maar haar blik niet verzet, dacht ik. De seconden erna beantwoordde zij mijn blik met een oogcontact waar je verlegen van wordt. Bingo! Als de wetenschap van Bernardo nu maar klopt… Op naar de climax, we begonnen te dansen, lichamen maakten contact en het duurde daarna niet lang voordat het laatste puzzelstukje het plaatje compleet maakte. Het was aan het Copacabana strand, volledig volgens carnavalse traditie, waar deze wonderschone Braziliaanse met de naam, Vislene, mijn hartje heel even sneller deed kloppen!  

En de parade dan? Natuurlijk, je kan eigenlijk niet zeggen dat je tijdens carnaval in Rio de wereldberoemde parade niet hebt gezien! Helaas is dit niet gratis en moet je er flink wat voor betalen. Maar we hadden zoiets van, we doen dit meer 1 keer. Iets waar ik overigens nu anders over denk. Maar goed, we hadden onszelf tickets voor de parade bemachtigd. Het waren niet de beste kaarten, maar mij ging het vooral om de sfeer. Gewoon erbij zijn en de emotie van de mensen voelen, de experience! 

We hadden wat gegeten en alvast een paar borrels genomen. We liepen naar de metro en stapten uit bij de halte die ons verteld was. Sector 13 was onze locatie in de Sambadrome. Echter ontbrak sector 13 als enige op de borden. Lekker, dachten we. Enige rondvraag maakte duidelijk dat we helemaal om moesten lopen naar de ander kant van de tribunes. Daar gingen we weer. We liepen overduidelijk niet door een van de rijkste buurten van Rio, maar de feeststemming was er overal! Na een loop van zo’n 15 min arriveerden we in de drome, kochten wat biertjes en liepen naar boven. Daar stonden we dan. Tussen duizenden mensen in de Sambadrome van maar liefst 4 km lang. Omringd door grote lichtmasten, beeldschermen, verklede en juichende mensen en sambamuziek keken we naar ‘s werelds bekende optocht. Het was wel even een wow-momentje. Vele immens grote praalwagens gleden voorbij. Fantastisch geklede mensen in outfits met felle kleuren, veren en glitters sierden de wagens. En dansten uiteraard de samba! De ene wagen was nog gekker dan de andere wagen. 

Er was vervolgens een korte pauze. Tijd voor wat sanitaire ontspanning. We liepen naar beneden richting de blauwe dixie’s, deden ons ding, kochten wat biertjes en keerden vervolgens weer terug. Omdat het zo druk was bleven we op een wat rustiger plek staan totdat het weer begon. Totdat ik op een gegeven moment Niek 20 meter verderop in een outfit zag staan dat leek op er een van de parade. Ik dacht, hoe komt hij daar nou weer aan. Zwaaiende bewegingen en dat hilarische outfit lokte mij naar hem toe. Ik keek achter het hek en tot mijn verbazing zag ik dat een boel van deze outfits in een afvalwagen verwerkt werden. “Voor 2 biertjes mag je ze hebben” zei Niek. Nog vol ongeloof begon ik mezelf maar eens stuk voor stuk te pimpen. Eerst een schild. “Moet je nog een cape” zei een kerel achter het hek. Natuurlijk! Voor ik het wist hadden Niek en ik een compleet origineel outfit van de parade aan. Op dat moment hadden we allebei zoiets van, dat pak moet mee naar Nederland! De vele minuten erna paradeerden we met dat geweldige outfit door de catacomben van de sambadrome. “Can we have a picture with you guys?” was de vraag die we voortdurend hoorden. Als volledige sterren wou iedereen met ons op de foto! Met de gedachte dat wij bij een echte sambaschool in Rio hoorden. Het waren lange minuten van fame! Dit was echt zo hilarsch! Het was het gedroomde slotstuk van onze gezamenlijke reis. Met een prachtig outfit als aandenken voor thuis, wat ons altijd zal herinneren aan deze belevenis. Het was, zoals het moest zijn.

De mensen zijn temperamentvol. Sommige lachen, hebben humor en maken plezier. Andere werken hard op straat om brood op de plank te krijgen. Van donker gekleurd tot lichtgekleurd. Brazilie is een grote mengelmoes van verschillende culturen. Er is nergens op de wereld zo’n enorm contrastverschil tussen arm en rijk in eenzelfde stad als in Rio de Janeiro. Je voelt de emotie van de mensen op straat, daar waar ik het nog nooit zo intens heb gevoeld. Het strand, de zon, de zee, de prachtige mensen, de natuur en cultuur hebben een enorme indruk op me achtergelaten. Het is de eerste stad buiten Nederland waar ik echt het gevoel heb dat ik hier kan en wil wonen. Rio, wow, just stunning…

Tja, en toen was het afgelopen. Wat is de tijd ontzettend hard voorbij gevlogen. En wat hebben we onwijs veel mooie momenten gedeeld. Het waren gouden momenten die we nooit meer zullen vergeten. Bedankt. Maar het is nu weer tijd om verder te gaan, alleen, zoals ik mijn reis natuurlijk gepland had. Ik zal de komende 2 weken in Chili gaan doorbrengen. Waar ik een stukje kust en Noord-Patagonie ga doen. Het zal wel weer even wennen zijn. Maar wat heb ik er onwijs veel zin in. Ik zeg: Vamos! Wederom weer op zoek, naar nieuwe avonturen… 

Kay Holleman

#7 Buenos Aires, Iguazu watervallen

Buenos Aires
Na duizenden kilometers per bus te hebben afgelegd in Zuid-Amerika, ben ik uiteindelijk vanaf de Grote oceaan, over land, naar de Atlantische oceaan gereisd. Het was de grote Argentijnse stad, Buenos Aires waar wij als eerste arriveerden. De eerste indrukken waren een grote Europese stad. Het heeft eigenlijk niets Zuid-Amerikaans. Hoge kantoorgebouwen sieren daar de straat. Iets wat ik eigenlijk in deze mate niet had verwacht.

Bij het busstation in Buenos Aires kwamen we 2 mensen tegen, een meid uit Israel en een jongeman uit Australie. Waar vandaan anders? Die kom je echt overal tegen hier. We besloten een taxi te delen omdat wij allemaal in dezelfde buurt zaten met de hostels die wij vooraf hadden uitgezocht. Het israelische meisje staptte als eerst uit. “Het is hier goedkoop, dus ik ga er hier maar uit” zei ze. Wij hadden een ander soort hostel in gedachten. Millhouse, een partyhostel waar vele jongen mensen elkaar opzoeken. Echter paktte dit voor ons anders uit. Voor het eerst sinds mijn reis kwam ik in een hostel waar het gewoon helemaal vol zat. Shit, dachten we.

Er waren 2 opties, of verder slenteren door de stad met een zware backpack in de hoop dat je ergens een goed hostel vindt of 1 block omlopen en hetzelfde hostel in gaan als dat het Israelische meisje deed. Deze keuze was snel gemaakt. We liepen om, betraden het hostel en vroegen naar mogelijke slaapplekken. Een stoer uitziende gozer achter de desk zei: “Offcourse no problem, but you guys have to wait untill 13:00 before check-in”. Prima dachten we. Voor iets minder dan 10 euro per nacht sliepen we midden in het centrum van Buenos Aires.

De dure reisdagen met de bus schoten er best in. Dus besloten we om bij de supermarkt om de hoek voor 2 dagen eten te halen om eens lekker te gaan koken in het hostel. Niek ging zich eens goed uitsloven in de keuken. Na een uur te hebben gewacht op de anderen waren wij aan de beurt, omdat je nou eenmaal 1 gasfornuis moet delen met een volledig hostel. Rijst, kip, paprika´s, uitjes en champignons overgoten met een heerlijke currycreamsaus sierden de borden. De mensen in de keuken keken met jaloerse blikken hoe wij deze overheerlijke maaltijden consumeerden. Heerlijk Niek!

Nog dezelfde avond leerden wij een leuke Israelische jongen, genaamd Ronnie kennen. Overigens bleek achteraf, dat wij in een hostel zaten, compleet gevuld met Israeliers. Die uiteindelijk als leuke en interessante mensen naar voren kwamen. Ronnie, inmiddels alweer 31 jaar oud, had een volledige waterpijp meegenomen uit Israel. Hij zat met een groep aan tafel terwijl wij een paar biertjes stonden te drinken. Hij nodigde ons uit om er gezellig bij te komen en voor het wisten zaten we een waterpijp te roken en dronken we heerlijke baco´s met 10 Israeliers. De reden dat er zoveel Israeliers zijn, is omdat zij nog een dienstplicht hebben vanaf hun 18de. Vrouwen 2 jaar, mannen 3 jaar. Daarna is het normaal om dat te vieren met een reis. Wat ik volledig kan begrijpen. Er volgden die avond nog verschillende diepgaande interessante gesprekken. Kortom, leuke mensen met andere culturen ontmoet dan dat wij gewend zijn, superleuk!

De volgende dag wouden we een fietstocht door Buenos Aires doen. Helaas was het nogal een gedoe om fietsen te regelen omdat die overal al uitgeleend waren. Dus hadden we die dag maar lekker gechild en gelopen door de straten van Buenos Aires. Een dag later was het wel gelukt, alleen dan zonder de Israeliers want die gingen graag naar een dierentuin. Dat geloofden Niek en ik wel. Dus we pakten de fiets en gingen direct op weg naar een van de oudste en leukste buurt van Buenos Aires, Boca! Ook wel bekend om de voetbalclub, Boca Juniors!

Deze leuke wijk bestaat uit huisjes met allemaal verschillende kleuren en leuke eettentjes waar er verschillende tango performances werden gehouden. We konden het niet laten om daar even een biertje en een empenada te nuttigen. ‘s Nachts word je aangeraden om hier niet te komen overigens. Daarna zijn we op de fiets naar het oosten gegaan. Waar wij op een gegeven moment nog door een wijk heen fietsten waar wij ons niet echt geheel veilig voelden. Maar goed, we hebben het overleefd. Zo hebben we nog door een aantal prachtige parken gefietst, te vergelijken met het vondelpark. Erg leuk en veel mensen die gewoon aan het chillen zijn.

Buenos Aires staat bekend om haar nachtleven. Dus hebben we dezelfde avond een nachtclub bezocht in de wijk Palermo genaamd, Crobar. Het was een hele mooie club, echter gevuld, met veel toeristen, hetgeen dat wij niet echt voor ogen hadden! Biertjes waren 5 eu en vond de sfeer niet echt leuk. Jammer maar evengoed wel prima vermaakt en kennis gemaakt met het nachtleven van Buenos Aires. Ik denk dat deze stad leuk is voor 2 volle dagen en dan weer snel door, want het is mij gewoon veels te westers voor een continent als Zuid-Amerika.

Iguazu watervallen
En dan de volgende must see in Zuid-Amerika. Iets waar we allebei al een tijd naar uitkeken, Iguazu! De Watervallen van de Iguazu vormen het grootste complex van watervallen in Zuid-Amerika. Ze liggen op de grens tussen de Argentijnse provincie Misiones en de Braziliaanse staat Paraná. Hetgeen de cataratas wordt genoemd, is een geheel van tussen de 270 en 300 watervallen, afhankelijk van de hoeveelheid water die door de rivier Iguazu stroomt.

In totaal zijn de watervallen 2,7 kilometer breed en vallen tot 82 meter naar beneden. Het bekendste deel van de watervallen is de “Garganta do Diabo” (keel van de duivel), een grote halfronde waterval van 150 meter breed waarin het water 70 meter in de diepte stort. Recht over dit punt gaat bovendien de grens tussen Argentinië en Brazilië, waardoor het grootste deel van de watervallen in Argentijns gebied ligt. Het water stroomt echter weg van Argentinië, waardoor het meest complete uitzicht van de Braziliaanse kant te zien is.

Maar jeetje wat was dit gaaf zeg. Ongelofelijk dat er zoveel water continue naar beneden kan vallen. Overal waar je keek viel er water naar beneden. Je moet de foto’s gezien hebben om een indruk te krijgen van wat ik bedoel. Het waren ademloze momenten die we niet snel zullen vergeten. Een korte boottrip bracht ons ook nog naar de onderkant van de watervallen, waar we even een goede douche kregen. Heerlijk, want het was daar echt blafheet!

Na een korte en snelle reis door Argentinie gaan we alweer door naar het land van de Samba, prachtige stranden en Caipirinha’s, Brazilie! Hier zullen we het grootste feest ter wereld gaan vieren, carnaval!! Wat hebben we hier een zin in. Let’s go…

Kay Holleman

#6 Argentinië: Salta & Mendoza

“Watch on your belongings, because they can put drugs in it” zei een Argentijnse meid van een jaar of 28. Het was warm, na 30 uur bussen stonden we met onze backpacks en nog een viertal tassen, gevuld met rum dat we voor een prikkie in Bolivia hadden gekocht, in een lange rij bij de Argentijnse grens. Een stempel dat we Bolivia verlaten en een stempel in Argentinie dat je het land bent binnengekomen. Grensovergangen als deze kunnen lang duren. Een stroom vanaf Argentinie en een rij in Bolivia dat samen kwam in een hokje van 2 bij 2 zorgde ervoor dat we 3 uur in de rij hebben gestaan om eindelijk Argentinie binnen te komen. Dit zijn dus de minder leuke dingen van reizen. 

Het direct beter uitziende Argentinie is een groot verschil met Bolivia. Zowel in landschappen, cultuur, de mensen als in prijzen. De prijzen zijn een stuk hoger en dat merk je meteen. Vergelijkbaar met Nederlandse prijzen. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik, na 1,5 maand als koning te hebben geleefd, weer zelf eens moet gaan koken. Te beginnen met uiteraard een barbecue! Want Argentinie is bij uitstek, het land van de bbq’s en de enorme steaks.

Salta
We kwamen aan in het kleine plaatsje, Salta. We stapten uit de bus, wachtte op onze backpacks en pakten de Loney Planet erbij om te kijken naar de mogelijkheden voor een verblijf in een hostel. Op hetzelfde moment werden we benaderd door een vertegenwoordiger van een hostel 10 min verderop. Normaal gesproken zeg ik altijd direct nee, maar de prijs, de geboden faciliteiten en een gratis taxirit ernaar toe gaven de voordeel van de twijfel. Dus we hadden zoiets van, why not. 

We checkten in, dropten onze backpacks in de kamer en gingen rustig wat eten in een tentje verderop. Hier kwamen we erachter dat het beter is om zo nu en dan de supermarkt te bezoeken. Ons hostel en bijna alle andere hostels in Argentinie beschikken over een keuken en een barbecue. Na wat te hebben nagevraagd wat we op deze grote barbecue moeten gooien,  zijn we naar de supermarkt gegaan en hebben we onszelf 2 grote bife de chorizo a 300 gr en wat andere heerlijke worstjes bemachtigd. Het was werkelijk genieten.

Na een lekkere douche zijn we nog dezelfde avond wat gaan drinken aan de bar van het hostel. “Do you mind if we take a seat?” vroeg ik aan een drietal meiden die een biertje aan het drinken waren aan een grote bruine tafel. Dat was geen probleem. Al snel kwamen we aan de praat met deze drie Zweedse meiden die ons vertelde over de plaatsen die zij in Argentinie al hadden bezocht. Zo was Mendoza met haar wijngaarden een must en Buenos Aires een goede plek om te feesten. Dit is vaak de beste manier om je route tijdens je reis te bepalen. Vooral niks plannen en veel praten met mensen en je laten aanbevelen.

“Would you guys like to join us tonight for a party?” vroeg een van de meiden nadat het gesprek goed op gang was. Het was zaterdag en dat schijnt in Salta de feestavond te zijn. Zoiets hoef je aan ons niet nog een keer te vragen. Wij als feestbeesten gingen samen met deze meiden even lekker stappen. Na eerst wat te hebben gedronken op het terras, belandden we in een club met alleen maar locals. We waren de enige gringo’s en ervaarden dat ook. We maakten kennis met het uitgaansleven in een klein plaatsje in noord Argentinie. Een plaats waar je dansen ook echt dansen kunt noemen. Hier is het dan ook nog normaal om de persoon te dans te vragen. 

Een local met een prachtige witte jurk, dat door blacklight eruit sprong kreeg mijn aandacht. Een mooie uitstraling, een vlotte dans en stralende glimlach bereikte mijn netvliezen. Ik beantwoordde deze kleine flirt met een glimlach. Even later dansten we samen het profiel van de schoenen. Iets dat op salsa leek en een aantal andere lokale dansmoves werden die avond aan mijn portfolio toegevoegd. Het was gewoon weer eens een topavondje!

De dagen erna hadden we lekker gerelaxd aan het zwembad en rustig aan gedaan. Iets wat ook lekker is na die ll-en lange busritten. Maar je raakt er snel aan gewend. Een reisje met de trein naar Amsterdam vond ik elke dag al lang. Nu is 10 uur een korte rit waar je blij mee bent en makkelijk doet. We proberen altijd nachtbussen te pakken omdat dat een overnachting scheelt en het lijkt korter.

Mendoza
In Salta hadden we onszelf een busticket naar Mendoza bemachtigd. Mendoza, het plaatsje dat vooraf bekroond werd met de mooiste vrouwen ter wereld en haar prachtige wijngaarden, was iets dat wel onze aandacht trok. We hebben ons laten aanbevelen om naar Lagares te gaan. Een klein maar goed hostel met een mooie locatie in het centrum. 

De eerste dag hadden we een beetje het stadje verkend. Enorm veel winkeltjes, restaurants, ijstentjes en barretjes creerden een cosy aanzicht van Mendoza. En wat ze over de vrouwen zeggen kan ik niet ontkennen. Iets wat we ook al een kleine maand niet meer hadden gezien, was dat gebouw met die grote gele M. “Dos Triple Mac menu y dos Mc pollo por favor”. Gewoon even ordinair vreten. Heerlijk!

De dag erna zijn we naar de bekende wijngaarden van Mendoza gegaan. We pakten de bus naar het plaatsje Maipo, een half uurtje verderop. En stapten uit bij Mr. Hugo. Deze meneer verhuurt fietsen en schenkt de hele dag gratis wijn in voor zijn klanten. Wat moet dat een voldoening geven. Het was een prachtige zonnige dag en we vroegen naar een tendem. Gelukkig had hij er nog 1 staan. Direct na het te voorschijn halen van de fiets hoorden we uit diverse hoeken, dat wil ik ook! Helaas voor hen, het was de laatste.

We stapten op de fiets en reden eigenlijk in een keer weg. Even wennen maar altijd lachen zo’n ding. Zeker als je een beetje teut bent. We hebben die dag drie verschillende wijngaarden bezocht. We leerden het complete proces van het maken van een heerlijke wijn en hoe je deze natuurlijk moet proeven en drinken. In de zon dronken we verschillende heerlijke rode en witte wijnen met een prachtig uitzicht over de wijngaarden en met de Andes en Frank Sinatra op de achtergrond. Het zijn die gouden unieke momenten die je het gevoel geven van pure geluk en genot. Mendoza, bij uitstek het beste plaatsje voor de echte bourgondier! Ik houd ervan…

Kay Holleman

#5 Deathroad & Amazone

Deathroad
De zon scheen alweer een paar uurtjes. Het was 08:30 en ik zat in een klein busje dat mij omhoog de berg op reed. Rechts van mij bevond zich de hoofdstad La Paz. Kleine, op elkaar gestapelde huisjes op een berg zorgde voor een prachtig uitzicht. Ik was op dat moment lichtelijk gespannen maar vol adrenaline. Het was het busje, dat mij op 4700 meter, naar het startpunt van de deathroad bracht.

De deathroad is een weg die haar naam dankt aan de vele doden die daar zijn gevallen. Het is een 69 km lange weg met stijle kliffen die niet geheel als veilig kan worden gezien. Soms met stukken van maar slechts 2 a 3 meter breed. Deze weg kan je volledig met een mountainbike afleggen. Hetgeen dat een populaire attractie in Bolivia is. Helaas door angst van hoogte ging Niek niet met me mee. Dus heb ik deze activiteit alleen gedaan. Vooraf moest ik een verklaring ondertekenen waarin ik aangaf dat ik alles op eigen risico doe en insta voor de mogelijke gevolgen ervan. Toen werd het wel spannend. 

Met een volledig pak, handschoenen, beschermers, helm en mountainbike begon ik aan deze dodemansrit. Het was weer eens prachtig weer, waar we het overigens echt mee treffen in het regenseizoen, dat zorgde voor een prachtig uitzicht van de bergen en kliffen. Bijna de gehele weg leg je af met je achterrem ingehouden. We waren met een groep van 15 bikers die achter elkaar hoorden aan te rijden. Uiteraard werd dit niet gedaan. Er waren er 2 die een behoorlijke val hadden gemaakt met forse schaafwonden en diepe snee in de knie. Maar uiteindelijk heb ik mij geen moment onveilig gevoeld en viel het allemaal wel mee. Er werden soms hoge snelheden bereikt, reden we onder watervallen door en maakten ‘stoere’ sprongen over stenen. Het was een supergave ervaring die ik niet had willen missen. Na afloop kreeg ik nog een t-shirt met de tekst dat de overwinning symboliseert. Tot de dag van vandaag drink ik met dit t-shirt nog steeds alle biertjes aan de bar :-)

Aan het einde van de rit stopten we bij een zwembad, waar we nog heerlijk hebben gezwommen tussen de bergen. Ik heb daar weer leuke gesprekken gehad met diverse nationaliteiten. Heb zelfs samba les gekregen van een Braziliaanse. Een mooie voorbereiding op carnaval in Rio dacht ik zo! Dezelfde dag ben ik met 4 Argentijnse meiden, die ik ontmoet had tijdens de trip, doorgereist naar Coroico! Een plaatsje niet ver weg van het einde van de deathroad. De volgende dag zou ik Niek hier weer tegenkomen om te beginnen met onze trip richting de Amazone! 

Ik was sinds een tijdje weer eens een anderhalve dag alleen en ik merkte, doordat je niet meer samen bent, je sneller contact hebt met anderen. Daarnaast hoefde ik niet meer te overleggen welk hostel of restaurant we zouden nemen, hoe laat en of we wel of niet iets gingen doen. Het is een stukje vrijheid dat ik heb ingeleverd heb voor het delen van mooie momenten. Iets waar ik in het begin even aan moest wennen. Maar wat het uiteindelijk dik waard is. 

Amazone
De dag erna werd ik opgepikt in Coroico en weer herenigd met Niek. Het was een klein busje dat ons in een 3 uur durende barre tocht naar Guanay bracht. Een klein dorpje aan de grens van de Amazone. Het was de locatie waar wij zouden gaan starten met een geweldige 5 daagse rafting trip, downstream de Amazone in! Iets waar ik al een tijd naar uit had gekeken.

De Amazone, onze grootste zuurstofproducent, was iets dat me altijd een geweldige en fascinerende plek leek. Deze schatkamer gevuld met exotische planten en dieren, gelegen in 9 landen, is bijna net zo groot als geheel Australie. Wij hadden ervoor gekozen om dit regenwoud in Bolivia op te zoeken. We konden dit per bus, vliegtuig of raft bezoeken. Dat laatste leek ons wel wat…

Een door een jungleman, genaamd Ruven, zelfgemaakte raft, bestaande uit een aantal dikke stokken van een boom, met daaronder 6 binnenbanden van een vrachtwagen en dat aan elkaar gebonden met een aantal elastieken van een postbode, zijn wij 5 dagen lang met de stroom mee, de rivier afgegaan richting de amazone. 

Na een snelle maaltijd mochten we gaan boarden! De backpacks werden in 2 plasticzakken gewikkeld, omdat het nog wel eens gebeurde dat de boot omsloeg. “Leuk” zeiden we! Eten, een gastank met gasstel, paar liter bier, veel muggenspray en 3 peddels moesten deze trip tot een succesvol einde brengen. “Paddle!” zei Ruven nadat we net 10 sec op de boot zaten. “Ehhh, why?” was het antwoord! Hij lachtte. De sfeer zat er direct goed in en wat hadden we er een zin in. 

De vertraging op de weg richting Guanay zorgde ervoor dat we na 1 uurtje varen alweer aan land moesten. Met land bedoel ik een kleine oever van (nat) zand. Het was 17:30 en het werd al schemerig. De tenten werden direct opgezet, het bier werd in de rivier gelegd en terwijl Ruven, het overigens altijd goede eten, voor ons bereidde, zorgde wij voor een goed kampvuur. Naja goed, Ruven sprong zo nu en dan eens in om het een beetje meer pit te geven! Na het eten dronken we aan de rivier, samen met een mooie sterrenhemel en vele lichtflitsen van onweer een paar kilometer verderop, nog een paar biertjes. Daarna kropen we ons tentje in want de dag erna moesten we weer vroeg op. Echter na een half uurtje in ons tent te hebben gelegen begon het toch te stormen! Regen, onweer en veel wind zorgden ervoor dat we moeilijk in slaap kwamen. Nadat we eindelijk in slaap waren gevallen werden we ‘s nachts door Ruven wakker gemaakt. We keken naar buiten. Het heftige weer had de rivier ruim een meter verhoogd. Het water liep bijna onze tent in. Dus we moesten de tent naar een hogere plek verplaatsen. Eenmaal gesetteld en weer in slaap gevallen werden we weer wakker gemaakt. De rivier bleef zich verhogen. Dus weer de tent verplaatsen. Het was opzich wel iets moois. Iets dat bij het leven in de jungle hoort. Je past je volledig aan. Ik heb me er dan ook geen moment aan gestoord ondanks de vermoeidheid de dag erna. Wel aan de biertjes die verloren waren gegaan in de rivier…

De dagen erna waren ook weer echt schitterend. Zo zwommen we in paradijselijke omgevingen met watervallen zoals je ze in de films ziet. Liepen we door het regenwoud met een machete, omgeven door apen en andere tropische vogels. We voeren zonder motor over de rivier waar we momenten van complete stiltes hadden met alleen de prachtige natuur om ons heen, maar ook momenten dat apen heen en weer over de rivier met elkaar communiceerden. Elke avond aten we aan een kampvuur in gezelschap van lauwe biertjes en een prachtige sterrenhemel en kletsten we als vrouwen over alles en nog wat. Waarbij we die 5 dagen eigenlijk geen enkele toerist hadden gezien. Het waren 5 dagen uit de bewoonde wereld, met alleen de zon, de sterren, de natuur en wildlife. Wederom een unieke ervaring rijker!

Na 5 dagen te hebben gevaren waren we dan eindelijk aangekomen in Rurrenbaque, een toeristische plaats midden in de Boliviaanse jungle. Vanuit hier worden weer diverse excursies uitgevoerd naar de jungle en het moeras, de pampas, waar je nog meer wildlife kunt spotten. We hadden nog geen genoeg van de jungle en wouden meer zien. Dus hadden we er 3 dagen moeras aan vast geplakt.

2 nachten sliepen we in houten hutjes boven de krokodillen en tussen de apen. Smalle bootjes, aangedreven door motors, brachten ons naar prachtige plekken in het moeras. We voerden apen in de natuur met stukjes fruit, gingen op anacondajacht, zwommen met roze dofijnen die alleen in de amazone leven, hebben zoveel prachtige vogels gespot en visten we met stukken vlees op pirhana’s. Zelfs de laatste dag was er nog ruimte voor een potje voetbal. Dat had ik echt ff nodig. Gewoon een balletje trappen. Iets dat ik ontzettend mis. De gringo’s vs latino’s! De uitslag laat ik in het midden. Ik had ervan genoten. 

De dag erna vlogen we weer terug op La Paz om vervolgens het land daarna te verlaten. Na 3 weken in Bolivia te hebben gereisd was het weer tijd voor een nieuw land. We hebben bijna alles gezien. De diversiteit aan landschappen maakt Bolivia echt een prachtig land. Een must en aanrader voor iedereen. Na een aantal mogelijkheden op een rijtje te hebben gezet, hebben we besloten om toch Argentinie te gaan bezoeken. Dit past perfect in ons schema met carnaval in Rio! Argentinie, het land van steaks, wijn, zon, ijs en prachtige vrouwen! Met pijn in mijn hart moet ik het prachtige zuiden van Argentinie helaas laten voor wat het is. Ik kan jammer genoeg niet alles in 1 jaar zien. Iets wat ik soms moeilijk kan loslaten. Maar wie wat bewaart…

Hoe is het voor de rest?
Met mij en Niek gaat het nog steeds goed. Niek geniet van elke dag en heeft het er al over dat hij baalt als hij weer weg moet. Een gedachte waar hij niet graag aan denkt en iets waar ik voorlopig nog niet aan hoef te denken. Maar wat vliegt de tijd. Over ruim 2 weken vliegt Niek alweer terug en zal ik mijn reis voort gaan zetten in Chili. Dan ben ik alweer ruim 2 maanden onderweg. We doen zo ontzettend veel en merk ook dat ik wat slordiger word in het onderhouden van mijn blogs. Ik zal proberen weer wat frequenter te gaan schrijven. Te beginnen met Argentinie, het land dat we bijna alweer gaan verlaten voor het bruisende Brazilie. Ik denk veel aan thuis, mijn familie, vrienden, waarbij ik de dagelijkse dingen zoals een praatje, biertje en feestje mis. Gelukkig reis ik in een tijdperk dat er veel technologische mogelijkheden zijn, dat de afstand alweer een stukje kleiner maakt. En dat kan soms fijn zijn. Maar jongens, echt, dit is gewoon top! Ik geniet en wat ga ik nog veel zien, gedachtes en plaatsen waar ik voortdurend over droom, komen elke dag weer een stukje dichterbij en worden vanzelf werkelijkheid! Heerlijk toch?

Kay Holleman

    Meld je aan voor mijn reisblogs:
    Er wordt een bevestigingsemail naar je inbox verstuurd...Er wordt een bevestigingsemail naar je inbox verstuurd...